1031Nu ten klocke dry verschenen: deze middag om drie uur (verschenen: laatstleden).
1032die stucke guyts: die schoft (vgl. WNT XVI, kolom 329).
1037u Boel: je geliefde; met dit woord en met het volgende u Wijf zinspeelt Margriet op de sexuele omgang die zij met Roemer heeft gehad (vgl. vs. 830 en vlg.).
1038Dat: aangezien; de vzn. 1038 en 1039 geven de reden voor de vraag in vs. 1037; yemandt meer: [dat] nog iemand.
1041lief: liefheb; en soo enz.: en als ik er een eed op mag doen (voor het vraagteken zie de aant. bij vs. 355).
1042ick nimmermeer enz.: dat ik nooit met een ander dan met jou geslapen heb.
1068dat: indien het (Zie Weijnen Z.T. § 108: ‘Dat kan bij coördinatie andere voegwoorden vervangen’); geschach: geschiedde (oude sterke verledentijdsvorm; zie WNT IV, kolom 1720).
1071Soo: indien; aenrandt: overvalt; sal: zal hij.
1077Als de kloek weynich slaet: in de kleine uurtjes; uit vs. 1140 blijkt dat Roemer tegen één uur komt.
1163dat: nl. de slimste drogh enz.; in u doen en seden: in je hele manier van doen.
1164sulcken man: zo'n flinke vent (sulcken uit sulck een).
1165dat staet noch in mijn keur: dat is mijn eigen verkiezing nog, dat zal ik zelf nog wel uitmaken.
1169 nacht. in 1638 en 1644 nacht,
1166guyl: lafaard; bloedt: sukkel; jy souwje enz.: dan zou je een snel besluit nemen.
1167Gaet ... slaept: ga slapen, zwetser; maeckt morgen enz.: laat morgen hier maar zien wat je durft (bravade: snoevend vertoon van dapperheid; WNT III, kolom 1158).