1335hoort de aerd: behoort aan de aarde toe; naer oud' ghewoonten eer: volgens eervolle oude gebruiken.
1336Het is enz.: het (zijn rif, zijn levenloze lichaam) is zijn laatste gift, het laatste wat hij de aarde geven kan; weiger dat, nl. het zichzelf teruggeven aan de aarde, aan zijn lichaam niet.*
1341Soo ... geklaeght: dan klaag ik het aan bij God; geswinde: snel straffende.
1370guyts komt enz.: schavuiten, kom maar op; en dat toe: en dat nog een, nl. een houw, een stoot: Vechthart strijdt tegen de gestalten van zijn koortsachtige verbeelding.
1372de Ballieu met zijn rackers: de baljuw met zijn gerechtsdienaars.
1433Verdachvaert: rendez-vous gegeven; een onvrye plaets: een plaats waar men door anderen opgemerkt of bespied kan worden; ook: een onveilige plaats (zie MNW V, kolom 1530).
1479, 1481, 1482, 1488, 1489, 1492 selfs Lb. self - 1480 Ick selfs Lb. Ick selve - mijn selfs Lb. mijn self - 1483 voorderlijck Lb. vorderlijck - 1484 Als Lb. Want - 1485 Lb. Als ick na wensch en wil my lodder inde lust - 1486 doen Lb. als - genoot Lb. geniet - doen deedse Lb. so doetse - 1487 en goede Lb. mijn goede - 1488, 1490 dickmaels Lb. dickwils - 1493 verpeende straf af-locken Lb. verpenen straf, of locken - 1497 Die 't selve Lb. Die selve
1478etterachtich: verdorven; de metafoor sluit aan bij bebloedt in vs. 1477; beeldt: de voorstelling die hij van zichzelf heeft; verkleumen: verstrammen, begeven het.
1479selfs: zelf (ook in de vgl. vzn.); Turck: niet-christen.
1481lief my inde schijn: ben mezelf slechts schijnbaar goed gezind.
1483voorderlijck: zo, dat ik mijn welzijn bevorder. De zin wordt in het volgende couplet voortgezet.
1484het vleeschelijck verkiesen: het verlangen naar zingenot.
1493Die mijn verpeende straf af-locken: de verandering van de oorspronkelijke tekst resulteerde in een onbegrijpelijke woordenreeks, die in 1644 onveranderd herdrukt is. Oorspr. lezing: die mijn verpeenen straf of locken: die mij streng straffen of lokken.
1497Die 't selve enz.: die er zelf de schuld van draag, door alles te doen wat ik wilde.
1500-1504 Lb. Ist dat yemant syn self noch niet en kan bekennen,/ Die treet in zijn gemoet, en biechte hem voor God, / Met waer berou en boet: so sal hem Christus wennen, / En brengen door de deught tot dienst van Gods gebod. - 1506 godtheydt Lb. goetheyt