terug  begin  verderprepost
[p. 101]

[Griane]



illustratie

[p. 103]

Toe-schrijvingh- aende eerbare en wel-sprekende- M.P.D.††

1Ghy sult my waarde Maria, ofte te veel vertrouwens, ofte te weynich 2 oordeels toerekenen, vermits ick so vermetel ben geweest, van dat ick2 3 niet alleen U.L. hebbe darren anspreken, maar oock, om dat ick so3 4 stout ben, dat ick u dese myne Rijmeleryen toe-eyghenen darf, mits-45gaders dat ick dit onvolmaackte werck voor de nijdighe, of de al te5 6 kiesche hebbe durven brenghen, die ongetwijffelt haar stinckende6 7 tanden daar mede stoken, en my eenige leelijcke kliecken en klacken7 8 toewerpen sullen: 't welck ick gemoedicht ben lydtsamelyck te ver-89draghen, op avonture of sy noch yets by ghevalle daar in mochten9 10 berispen, het welcke my in andere saken verbeteren en wijsmaken 11 mocht; alsomen doch na Plutarchi segghen meer nutticheyts uyt de 12 scherpe bestraffinge der vyanden, als door het blinde vingerkijken der12 13 vrunden te verwachten heeft: Maar om de waarheyt te seggen, ic ben 14 so seer niet belust om myn wangunstige sprekende te maken, als ic wel14 15 willich ben om u te bidden dat ghy, ô glorye van Amsterdam! myn15

[p. 104]

16 vryposticheyt ten besten, en dese myne geringe vereeringe in 't goede16 17 afnemen wilt, van het welcke ick nimmer ondanckbaar noch slof in 't17 18 vergelden en sal bevonden worden, waar an dat ick weet dat ghy niet 19 en twijffelt. Daaromme dan, ô ghy alderschranderste! die niet van een 20 sterffelycke vrouw, maar selfs van den onsterffelycke God schynt voort-21gebracht, ten aensien van u meer als menschelyc verstant, daar de klare 22 Godheyt so merckelyk in speelt, dat de levendige luyster van u door-2223luchtighe en uytmuntende geest u schoon en reysich lichaam door-2324vrolyckt en verciert, recht als door de meesterlycke hant eens kunst-2425rycke goud-werkers, de suyverlycke welgemaakte casse eens Edelen 26 rings te meer wert verryckt door de alderblinckenste, en waerdighste 27 steen, die met zyn bly-gheestighe stralen het lieve gout te heerlycker en27 28 te blyer doet schijnen.

29O licht van onse tyt! hoe dickwils hebben my de blixems van u29 30 onwaardeerlycke redenen niet alleen verwondert: maar tot in myn30 31 binnenste geslagen, met een huegelycke verslagentheyt: Gesegent sy31 32 de uur doen ick u so geluckelyck gemoeten, doen ick door des Hemels 33 gunste meerder kennisse van u goede bevallicheyt vercreeg, en door33 34 u lieve ommegang geware wiert dyne wyze en uytgenomen zeden.34 35 Hoe menichmael hebdy myn doen staen gelycken als vervoert? wan-3536neer de ervarentheyt, my voor de oogen mynes vernufts vertoonde36 37 met wat een hoogen wetenschap u uytgelesen siel was, en is gestoffeert:37 38 de welke ghy met de minnelyckste aardicheyt weet te disteleren en te38 39 kleynsen door de teems van u honich-vloeyende tongh, waarna ghy39 40 doet snacken de aldergeleertste ooren. En alhoewel ghy ongeleert zyt,40 41 so trotst, en beschaamt ghy selfs de geleertheyt der gheleerden, met u41

[p. 105]

42 natuurlycke kennisse, vande welcke ick garen meerder schreef, dan om42 43 den vleyer of den vrijer niet te maken, sal ick hier mede endigen,43 44 anderwerf biddende dat uwe huesheydt mijn groote vrymoedicheyt 45 en cleene dienst int goede ontfangen, en de ghebreken die hier veel in 46 zijn verhelpen wilt, ick weet seer wel dat ick door onkunde der 47 wtheemscher letteren, dickwils teghen de maten en clancken der La-4748tijnscher uytspraken hebbe gestribbelt, en de soeticheyt der woorden in 49 hartheyt van spreken verandert heb, maar de misbruycken die door 50 onwetenheyt gheschieden, werden meestentijt by alle verstandigen 51 rechteren innegesien en verschoont; het welcke dat ick hoop dat my51 52 hier inne van u, en alle lesers en leserinnen (die my iets vermuegen) ooc52 53 sal gelucken. Isset so treffelijc niet alst wel behoorde, het is te minsten 54 so veel als ic voor die tijd vermocht, en niet als ick doen wel wilden,54 55 en nu wel souw kunnen wenschen. Hier mede wil ick u, ô geluckige 56 Welspreeckster! dit selvige boeckje van 't Spel van Griane Toe-57eygenen; verhopende dat het u niet on-aengenaam wesen en sal, ver-58mits het u in 't spelen wel bevallen heeft. Endelingh beveel ick u den58 59 almogende Gever, dat die u gheve het gheen ghy selve, en dat u van 60 harten wenscht

61Uwen in als ghetrouwen Vrient61

 

Garbrant Bredero.

Opschrift romein; tekst cursief; eigennamen kapitaal; in regel 1 grote sierletter G.

-Toe-schrijvingh: opdracht.
-eerbare: kuise; de vrouwelijke eer was identiek met kuisheid; wel-sprekende: welsprekendheid, eloquentia, werd als een sieraad van het individu beschouwd; men zag haar niet als uiterlijke schittering, maar als onscheidbaar complement van wijsheid, gerechtigheid en moed.
††M.P.D.: het is onbekend wie met deze letters wordt aangeduid.*
2toerekenen: toekennen; vermits: daar; vermetel: aanmatigend.
3U.L.: Uwe(r) liefde, een aanspreekvorm die reverentie uitdrukt en bedoeld is de aangesprokene gunstig te stemmen; darren anspreken: durven toespreken, n.l. in de opdracht.
4stout: overmoedig; mitsgaders: daarbij nog.
5de nijdighe: de afgunstigen; de al te kiesche: (voor) hen die zeer hoge eisen stellen.
6haar ... stoken: erover zullen smalen.
7kliecken en klacken: smetten en kladden.
8gemoedicht ben: gesterkt ben; lydtsamelyck: gelaten.
9op avonture of: met de kans dat; by ghevalle: wellicht.
12door ... vingerkijken: door het kritiekloze vergoelijken.
14om ... te maken: om hen die afgunstig op mij zijn tot spreken te brengen.
15willich: bereid.
myn vryposticheyt: mijn verstouten.
16vereeringe: eergeschenk.
17slof: laks.
22merckelyk: duidelijk; levendige luyster: levende schittering.
23doorluchtighe: verheven; reysich: goed gevormd.
24doorvrolyckt: met vreugde doortrekt; verciert: glans bijzet.
27bly-gheestighe: vrolijke.
29de blixems: de flitsen.
30redenen: betogen.
31met een huegelycke verslagentheyt: met een blijstemmende stomheid.
33u goede bevallicheyt: uw rechtmatige welgemanierdheid.
34lieve: vriendelijke; zeden: gedrag(spatroon).
35gelycken als vervoert: als in trance.
36ervarentheyt: het ondervinden; de oogen mynes vernufts; de ogen van mijn geest.
37u uytgelesen siel: uw uitgezochte ziel; gestoffeert: aangekleed.
38met de minnelyckste aardicheyt: met de schoonste bevalligheid.
39kleynsen: zuiveren.
40ongeleert: geen geleerde.
41trotst: steekt naar de kroon; beschaamt: doet beschaamd staan door te overtreffen.
42dan: maar.
43om ... niet te maken: om mij niet te gedragen als.
47teghen ... hebbe gestribbelt: dat gedaan heb wat strijdig is met.
51innegesien: erkend.
52die my iets vermuegen: aan wier oordeel ik waarde hecht.
54voor die tijd, doen: n.l. in 1612, toen de Griane geschreven is.
58Endelingh: tot besluit.
61in als: in alles.
prepostterug  begin  verder