4Oon deuchts verdiende loon: zonder het verdiende loon van de deugd, n.l. de eer.
6vroet: wijs; prudens d.i. door levenservaring wijs geworden.
7vergeten waar: zou zich niet bekommerd hebben om; geproeft: op de proef gesteld; door veel ghevaren enz.: door veel arglistigheden van het mannelijke gemoed (= de hartstochten van de man), n.l. door dat van de vrijers.
9Aeneas enz.: vs. 9 is samengetrokken met vs. 5 op het voegw. Indien.
10Gods-vrucht: de pietas; Vergilius presenteert Aeneas als de ‘insignem pietate virum’ (Aeneïs, I, 10), de man befaamd door zijn pietas; deze omvat ‘eerbied’ tegenover de goden en de nabestaanden.
11soudt noyt hebben beslaghen: zou het (= het begin van Romes macht) nooit tot stand gekomen zijn.
14Syn eyghen loon: is lijd. vw. bij baart, onderwerp is d'onverwonnen Deucht. Volgens Aristoteles is het loon van de deugd de eer, d.i. de innerlijke zekerheid van moreel verantwoord handelen, verbonden met reputatie.
15der redelijcke menschen: der met de rede begaafde mensen.
17aen Dichters hooge sinnen: aan de hooggestemde zinnen van de dichter, d.w.z. de innerlijke zinnen: fantasie, denkvermogen en herinnering.
21dees Helden deucht vermaarden: de roem van de deugd van deze helden verkondigde.
23Thalij: Boccaccio in zijn La geneologia degli Dei de gentili - Fulgentius volgende - zegt dat de muzen de methoden van de wetenschap aangeven. Zo betekent Thalia bekwaamheid, degene die de kiemen legt. Deze zin lijkt mij hier geactiveerd, immers, Homerus gold als de eerste dichter.
24met onghehoort gheluyt: met een geluid dat nog niet eerder gehoord was.
25den Mantuaan: Vergilius, bij Mantua geboren; naar't Griexse voorbeeldt: n.l. dat van Homerus; stichten: vervaardigen.
26Voor Oud'ren deucht beleeft: met eerbied voor de deugd der voorvaderen.