[p. 109]
tekstkritische noten
Sonnet Op G.A. Brederoos Griane.
Het kan verkeeren
blijft hier tweesins steets ghedachtich;
1
Het kan verkeeren
met dit tijdelijck gheluck,
2
De een die komt in d'Eer na d'armoed smaet en druc;
3
En d'ander wert veracht, al was hy trots en prachtich.
4
5
Gods Voorschick is alleen verwandeloos en krachtich,
5
Sijn Wille is, en blijft een onbeschreven Wet.
6
Maer
Bred'ro
heeft alleen dees' korte spreuck gheset
Ten aensien van de Mensch, die over 'taertsch is klachtich.
8
De Schepter, Purpur, Croon, Gebiedt, en Heerschappy,
9
10
Wendt 'tvoeteloos geluck tot een
Remicklus
vry,
10
Maer hoe 't hem wedervaert leest in dees Rymerye.
Tarisius
die vervalt, 'tluck heft
Florendus
op,
12
Dit schrijft
Adriani Zoon
, die op den dubbeltop
13
Pegasi
drenckt en laeft sijn duytsche Poëzye.
B.V.
-
Gehele tekst romein; kenspreuk en namen cursief; in vs. 1 sierletter H.
1
tweesins:
op tweeërlei wijze;
ghedachtich:
in gedachten.
2
gheluck:
lotsbeschikking.
3
druc:
verdriet.
4
prachtich:
aanmatigend.
5
Gods Voorschick:
Gods voorbeschikking;
verwandeloos:
onveranderlijk.
6
onbeschreven:
niet op schrift gesteld en daardoor ondoorgrondelijk.
8
is klachtich:
klaagt.
9
Gebiedt:
macht.
10
Wendt ... vry:
moge toebedelen;
'tvoeteloos geluck:
de fortuin, deze gaat zo snel, dat het lijkt of zij
voeteloos
is.
12
vervalt:
gaat te gronde.
13
dubbeltop:
de top van de Helicon en de hippokrene, de hoefslagbron, golden beide als inspiratieplaatsen voor de dichter.
-
B.V.:
initialen van B. Verbiest, lid van de Brabantse Kamer.