terug  begin  verderprepost
[p. 110]

Sonnet.

 
Vaak d'onghestade Maan haar glinst'ren doet veraarden,1
 
Wanneer sy helder rijst, en duyster weder duyckt.2
 
Gelijck in Rijcke pronck de bloeme staat ontluyckt,3
 
Die door een schraale wint wert haast gevelt ter aarden;
5
Alst drijvende ghebou beroert met sneller vaarden,5
 
Wert in de gront gevlot, en vande Zee behuyckt,6
 
Dan uyt het bracke nat weer inde Locht opstuyckt;7
 
Mits 'tweerslaan van 'tghebaar dat nimmermeer bedaarden:8
 
Soo oock 'tblint Avontuur nu blijd', dan weder droevich,
10
Vervliecht te wispeltuur, en niemant is vertoevich;10
 
Nu in ons schalen Gal, weer sapen Honich doet.11
 
Den eenen van een Prins in armoed' wert verschoven,12
 
En d'ander wederom bekroont in 'sKoningx hoven:13
 
Fortuyn blijft nimmermeer op eenderleye voet.
 
 
 
Non Nobis.-

Opschrift kapitaal; tekst cursief; Maan romein; in vs. 1 sierletter V. - 9 blijd' in A ten onrechte bijd'.
1onghestade: onbestendig; veraarden: van aard veranderen.
2duyckt: ondergaat.
3ontluyckt: ontsloten.
5drijvende ghebou: schip; beroert: in beweging gebracht; met sneller vaarden: met snelle vaart; de r van sneller is een datief-r.
6wert in de gront gevlot: tot zinken wordt gebracht; vande Zee behuyckt: door de zee overstelpt; behuycken moet als denominatief van huyck worden opgevat, een zwaar zeil dat over een gedeelte van een schip gespannen werd.
7opstuyckt: in de hoogte gestoten wordt.
8Mits 't weerslaan van 't ghebaar: door de terugslag van de golven; dat nimmermeer bedaarden: die nooit tot rust komt.
10te wispeltuur: zeer veranderlijk; vertoevich: blijvend.
11weer: dan weer; sapen Honich: vloeiende honing.
12verschoven: achteruitgezet.
13bekroont: gekroond.
-Non nobis: Niet voor ons; waarschijnlijk zinspreuk van de rederijker Jan Franssoon.
prepostterug  begin  verder