terug  begin  verderprepost
[p. 111]

Voor-reden Aande verstandichste rymers Der Nederlandsche poësye.

1Hooge, geleerde, en niettemin grootgheestighe Mannen; ick denck1 2 dat ick u alle te samen een soet ende lachelyck Bancket hebbe aange-23recht, met mijn so wel Boersche als leeke stijl van dichten: Wanneer3 4 als ghy met de Veer-kijckers van u al doorsichtige Oogen sult duer-45soecken en sien, myn gheneugelycke mis-slagen, insonderheydt, doen5 6 ick meende inde vlaghen van myn Rym-lust, het alderwiste te hebben:6 7 Maar nadien my de vliesen van die verwaantheyt zyn afgedaan, door7 8 de tegenwoordighe aldervernaamste en treffelykste Dicht-schryvers 9 van onser Eeuwe, hebbe ick (dan te laat) bevroet, dat ick in myn vernuft9 10 met blinde streecken schermutselde. Tis waar dat ik meer op het aan-1011sicht mijns beginsels sach, als op de voeten van myn uytkoomste, dies11 12 ist ghevallen dat ick in een groote Dool-hof van gebreken ben ghe-

[p. 112]

13raackt, so wel inde loop der gemener woorden, als oock inde verdelinge13 14 der wercken, en der tijden, sulckx dat ick tegen 'tgebruyck der Grie-15cken, Latynen en Fransche hier in heb gevoeght een Tijt van meer als 16 20 Iaren, daar sylieden selden meer daghs namen, dan een Etmaal, twee,16 17 of minder. Is hier niet knnstelyck ghereden-kavelt, noch van onsien-1718lijcke of twijfelachtighe dingen sinnelijck gevernufteliseert, dat sult18 19 ghylieden, die neffens u over-natuurlijck verstandt, de Boeken en ghe-1920leertheydt der uytlandtsche Volcken te voordeel hebt, om myn een-2021voudicheyt, en alleen Amstelredamsche Taal verschoonen. Ghy goedighe21 22 Gooden van Mannen! die in u groote Rijmen de Vrouwen, Dienst-2223meysens, ja Stal-knechts doet Philosopheren, van overtreffelijcke ver-2324holentheden, het sy vande beweghinghe der Sterren, ofte vande drift24 25 des Hemels, oft vande grootheydt der Sonne, oft andere schier onuyt-2526denckelycke saken, dat ick doch meer voor een bewijs van uwe weten-27schap acht, als voor een eygenschap in die slach van Menschen: Ick 28 hebbe door mijn slechtheyt een Boer boerachtigh doen spreken, en28 29 meer de ghewoonte dan de kunst ghevolght, heb ick hier inne mis-2930ghetast, wilt my die faal-grepen vergheven, 't is by my ten besten30 31 ghemeent: Doch wil ick niet ontkennen, dat het verstant niet en is31 32 ghehouden ande kleene of groote staat van 't Volck, vermits datmen32 33 onder alle luyden verstandighe lieden vindt, dan somtijts heel selden:33 34 Doch ick hebbe soo geluckigh niet gheweest, dat ick sulcke welspre-35kende hebbe konnen kryghen, wilt dan om myn ongeluck myn goet35

[p. 113]

36 voornemen prysen, en myn doolinge met u bescheydenheydt ver-3637beteren: Het welcken u bidt, die u allen alles goets wenscht,

 

De allederminste onder de Rijmers

 

G.A. Bredero.

 

't Kan verkeeren.

Gehele tekst romein; in regel 1 grote sierletter H. - 21 Amstelredamsche cursief, alsmede het onderschrift.
1niettemin: evenzeer; grootgheestighe: groot, verheven van geest, mannen die hun ‘mens-zijn’ in hoge mate realiseren; hier ironisch.
2een soet ende lachelyck Bancket aangerecht: een zacht (in de zin van gemakkelijk te critiseren) en lachwekkend gerecht opgedist.
3Boersche: eenvoudige; leeke stijl: staat in tegenstelling tot de stijl die rekening houdt met de buitenlandse letteren en de voorschriften.
4u al doorsichtige Oogen: uw ogen die alles doordringen.
5gheneugelycke: genoegen verschaffende.
6inde vlaghen: in de opwellingen; het alderwiste: het allerzekerste.
7de vliesen van die verwaantheyt zyn afgedaan: de vliezen (de schellen) van deze aanmatiging zijn weggenomen.
9dan: maar; bevroet: ingezien; dat ick in myn vernuft met blinde streecken schermutselde: dat ik in mijn geest schermutselde met streken in den blinde (Bredero denkt hierbij wel aan de streken die een schilder zet; het gebruik van schermutselde wijst op het resultaat dat niet van betekenis werd geacht).
10Tis waar enz.: het is waar dat ik meer op het gelaat van mijn beginsel dan op de voeten van mijn resultaat lette, d.w.z. hij hield meer rekening met wat hij zich had voorgesteld, aansicht mijns beginsels, dan met de voortgang, de voeten, van wat er als resultaat uitkwam.
11dies ist ghevallen: ten gevolge daarvan is het gebeurd.
13de loop der gemener woorden: de gangbaarheid van de gewone woorden; inde verdelinge der wercken, en der tijden: in de indeling van de handelingen en de tijdruimten.
16meer daghs: meer tijd.
17kunstelyck ghereden-kavelt: volgens de regels geredeneerd; van onsienlijcke of twijfelachtighe dingen: van onstoffelijke of onzekere zaken.
18sinnelijck gevernufteliseert: met verstand gefilosofeerd.
19over-natuurlijck: goddelijk; deze kwalificatie staat in verband met de vergoddelijking van de dichter, van de kunstenaar in 't algemeen tijdens de volle renaissance (na 1500).
20te voordeel hebt: ten bate hebt; myn eenvoudicheyt: mijn afkeer van opgesmuktheid.
21Ghy goedighe Gooden van Mannen: de vergoddelijking van de kunstenaar wordt ironisch toegepast.
22groote Rijmen: goddelijke gedichten.
23van overtreffelijcke verholentheden: over diepzinnige verborgenheden.
24de drift des Hemels: de draaiing van de hemel.
25onuytdenckelycke: niet te bevatten.
28slechtheyt: eenvoud.
29de kunst: de regels van het vak; heb ick hier inne misghetast: heb ik mij hierin vergist.
30faal-grepen: misstappen.
31niet en is ghehouden: niet verbonden is.
32staat: stand.
33dan somtijts: maar bijwijlen.
35myn ongeluck: mijn tegenslag.
36myn doolinge met u bescheydenheydt verbeteren: mijn dwaling met uw oordeelkundigheid herstellen.
prepostterug  begin  verder