terug  begin  verderprepost
[p. 116]

Klinck-dicht.

 
Ghelijk Apollo door 't geklank van zijnder Lieren1
 
Opboude Thebes Wal, en stichte haeren // voet;2
 
Of g'lijk vergaerden t'saem door Orphei snaeren // soet,
 
Steen-rotsen, Bergh en Bos, ook Dieren, en Rivieren.
5
So sietmen huydendaechs seer naerstich t'samen swieren,5
 
'tLeer-grage volck, dwelck ghy by een vergaren // doet
 
Als ghy een Sin-rijk Spel hun laet verklaren // vroet,
 
Dat elck dan wel ghevalt in allerley manieren.
 
BREROOD, dijn Vaersen doent dat staagh u eer vermeert,
10
Want hy eerwaardigh is die deucht met vreugde leert,10
 
Dies wort dijn werk te recht roemruchtig hoog gepresen.
 
Oock yeder Dichter tracht in Rijm dy na te treen,
 
Of volcht u met 't ghesicht, of wenschet om alleen13
 
Den Echo van u stem, of lichaems schauw te wesen.14
 
 
 
Qui-na Dieu, na rien.-

Tekst romein; namen cursief; Brerood kapitaal; opschrift kapitaal-cursief; in vs. 1 sierletter G. - 11 Dies in A Diens, maar de context verzet zich daartegen.
1Apollo: Griekse, zeer veelzijdige God: van de geneeskunde, van het licht, van de voorspelling, van de dichtkunst, van de muziek. Op de klank van zijn lier zou de wal van Thebe verrezen zijn.
2stichte haeren voet: legde zijn fundamenten.
5So sietmen enz.: zo ziet men tegenwoordig met zeer grote aandacht samenkomen.
10leert: onderwijst.
13Of volcht u met 't ghesicht: of volgt u met de ogen; d.w.z. hij evenaart hem in geen enkel opzicht.
14schauw: schaduw.
-Qui-na-Dieu, na rien: zinspreuk van Carel Quina, lid van de Brabantse Kamer, vriend van Bredero. Zie G. Stuiveling, Memoriaal van Bredero, Culemborg 1970, blz. 109 en 239.
prepostterug  begin  verder