terug  begin  verderprepost
[p. 86]

Eer-dicht op de Verlossinghe van Israel

 
Het domme mis-verstant door onbeslepen sinnen1
 
Verdoolt vaeck inde keur, en wisselt goet voor quaet,2
 
Den siende blindelingh volcht lust voor wijsen raedt,3
 
En die doet gantsch verkeert verkeerde dingen minnen.4
 
 
5
De reden-rijcke mensch kant misbruyc haest verwinnen5
 
Door deuchdens liefde, die met kennis hooch begaeft6
 
Wanneer hy't heylich woordt ziel-ijverich hanthaeft
 
Wert hy Gods Rijc-genoot, de wijsheyt syn vriendinnen.8
 
 
 
Kroont Vondels weerdich hooft heyl-graege jongelingen,
10
Die voor d'onkuysche min het hoochste nut leert singen10
 
Het welc den geest vervreucht met een inwendich juygen,11
 
 
 
Het wroecht niet na de daet, als die snoo leugen dichten12
 
Tweesinnich hy verlijct de oud' en nieuw' gheschichten:13
 
Doorleest dit sin-rijc boec het zalt u best ghetuyghen.

T'kan verkeeren.

Gepubliceerd als het tweede van vijf drempeldichten vóor Het Pascha ofte De Verlossinge Israels wt Egijpten Tragecomedischer wijse een yeder tot leeringh opt tonneel gestelt. Tot Schiedam, by Adriaen Cornelison Boeck-drucker. 1612.
De naam van de auteur I.V. Vondelen staat onder het voorbericht, met de datering In Amstelredamme, 1612, den 29. Maerte.
Titel romein; tekst in fractuur, maar eigennaam in vs. 9 romein; zinspreuk romein; enkele afkortingen.
1mis-verstant: wanbegrip; onbeslepen sinnen: een ongeoefende geest.
2inde keur: bij het kiezen.
3Den siende: zelfs wie ziende is en dus beter moest weten (onderwerp); lust: begeerte; voor: in plaats van; raedt: overleg.
4die: nl. de lust (vs. 3).
5reden-rijcke: verstandige; haest: spoedig.
6deuchdens liefde: liefde tot de deugd; kennis hooch: hoge, verheven kennis; begaeft: (hem) begiftigt; na dit vs. denke men een puntkomma.
8Wert: wordt; syn vriendinnen: (wordt) zijn vriendin.
10voor: zie vs. 3; in veel toneelspelen werd immers juist wél de overspelige liefde bezongen.
11vervreucht: blij maakt.
12Het: nl. wat Vondel doet; wroecht niet: wekt geen berouw; die: wie, zij die; snoo: snode, boosaardige.
13Tweesinnich: met een dubbele betekenis; hy verlijct: vergelijkt hij; gheschichten: geschiedenissen: Vondel vergeleek de uittocht van de Joden uit Egypte met de vrijwording der Nederlanders van Spanje.
prepostterug  begin  verder