Mijn hart is, laas! verrockt wil Godt hy kan 't verkeeren.58
Voorts weet ick waarde vrundt niet wat ick schryven sal
60
Mijn leven, staat, en doen dat weet ghy mooghlijck al,60
Dat ick de Princen vaan, hier loffelijck mach voeren,61
Dat weet ghy in u brief wel kunstigh aen te roeren,
En wenscht my dies geluck, des weet u danck mijn hart:63
Ick wensch u dat ghy haest oock blyde Bruygom wart:64
65
Ick wensch u Suster ook so veel heyls te beleven
In dese nieuwe staet als Godt haer wel kan geven.66
God spaer u Ouders langh welvarend en gesont
Dit wensch ick u en my uyt gantscher zielen grondt.
Hier mede vrient vaert wel, ick weet niet meer te schryven
70
Als dat ick hoop u vrund van eeuw tot eeuw te blyven.
Geschreven by uwen goetwillighe en toeghedane
g.a. bredero.
't Kan verkeeren.
In midd' somer Anno 1613
-De oorspronkelijke titel bevat tweemaal het woord Brief. Dit doet veronderstellen, dat we te doen hebben met een contaminatie van twee door Bredero of door de tekstbezorger genoteerde mogelijkheden.
-Iacob Barthout: rederijker uit Schiedam, die in 1615 huwde met de amsterdamse weduwe Neeltgen Lenertsdr. Zie ook de inleiding blz. 44.
Gepubliceerd in Ned. Poëmata 1632, fol. G1r-G2r; 1638, fol. G1v-G2v; 1644, fol. C3v-C4v. Opschrift romein; tekst fractuur met enkele woorden romein; onderschrift en zinspreuk cursief; datering romein; naam klein kapitaal. Titel soon C D E soons Brief
1negen-zangsters kloeck: verstandige negen Muzen; Helicon: bosrijk gebergte in Boeotië (Midden-Griekenland), de verblijfplaats van de Muzen, de godinnen van de kunsten; geseten: zetelende.
20hier, ofte elders: op aarde of in de hemel; opmerkelijk expressief is de omzetting van de vierde jambe, waardoor ook de cesuur na ick expressief wordt.
21wat bequam enz.: enigszins tot zichzelf gekomen was (het begrippenpaar gestalt, en wesen, ‘uiterlijk en innerlijk’, kan hier slechts zeer globaal functioneren).
22teegh: begon, van het werkw. tijghen; met een smaeck: met genoegen, genietend; mommelen: halfluid lezen.
26die: de; sterff'lijcke gedachten: de gedachten van stervelingen. In plaats van het vraagteken, dat de retorische vraag onderbreekt, leze men een komma.
28laapten: lepte, dronk; Bron van 't vlugge paerd: Hippokrene (gr. paardebron) in het Helikon-gebergte, de verblijfplaats van de Muzen; de bron zou zijn ontstaan door de hoefslag van het paard Pegasus; een dronk daaruit schonk dichterlijke bezieling.
30Garbrande denckt: denk dan, dat Gerbrand. Hoe Bredero's voornaam gespeld werd bij de doop, is niet bekend; hijzelf gebruikt enige malen Garbrant, maar zijn tijdgenoten en vooral lateren spelden meestal Gerbrand; zie Groot Lied-boeck II, blz. 238.
50laet: terzijde laat, vermijdt (enkelvoudige persoonsvorm bij het meervoudige onderw. snoecken in vs. 49); het vs. heeft een suggestieve alliteratie; angel-hoecken: vishaken; de beide delen van het woord zijn synoniem.
52Voorsinnigh: vooruitziend; haer staert-sleep: alle gevolgen daarvan.
53Dien: hem (belangh. voorw. bij het onpersoonlijke werkw. lusten: het lust hem niet, hij begeert niet).
55de schilder-kunst: hoewel men nergens enig werk van Bredero als schilder kan aanwijzen, is hij waarschijnlijk tot zijn dood als zodanig werkzaam geweest, en gezien dit vs. ook met enig financieel succes.
56De rymery: de poëzie; dit vs. vormt eerst een tegenstelling met vs. 55: schilderen was een beroep, dichten deed men voor zijn plezier; daarna is er een tweede tegenstelling, nl. met vs. 57: kennis tegenover vroomheid.
58verrockt: afgedwaald; hy kan 't verkeeren: hij kan het veranderen; toespeling op Bredero's zinspreuk, maar met wijziging van het onovergankelijke ww. verkeeren in een overgankelijk ww.
61de Princen vaan: het vaandel van de schutterij, met de kleuren van de Prins van Oranje én die van de stad Amsterdam; zie Groot Lied-boeck II, blz. 442.
63En wenscht: en gij wenst; dies: daarmee; des: daarvoor; weet u danck mijn hart: is mijn hart u dankbaar.