terug  begin  verderprepost
[p. 117]

[Sint dat ghy mijn ghedachten]

 
Stem: Schoon lief wilt my troost gheven
 
 
 
Sint dat ghy mijn ghedachten1
 
Seer vriendelijck verkrachten,2
 
Soo loos ick sucht op sucht,3
 
Een onghewoone smerte
5
Bekommert staegh mijn herte,
 
Terwijl ick hoop en ducht.6
 
 
 
Ick hoop u Hemels wesen7
 
De wonden sal ghenesen
 
Die 't selve heeft ghemaeckt,9
10
Door u beleefde seden10
 
En minnelijcke reden11
 
Daer ghy mee zijt bespraeckt.12
 
 
 
Ick ducht ter ander sijden
 
Dat mijn ellendich lijden
15
V niet beweghen sal,
 
Daerom soeck ick te decken16
 
'T geen dat ick doe verwecken17
 
In allerley gheval.18
[p. 118]
 
'Tis buyten mijn vermoghen
20
Want mijn verliefde ooghen
 
Sien altijdt na u deur,21
 
Daer leyt mijn ziel begraven
 
Dits mijn behouden haven,23
 
Hier leyt mijn ancker veur.24
 
 
25
Seght eens, en seght Goddinne
 
Of by gheval u minne26
 
Op yemandt waer gheleyt,
 
Woudt ghy niet insghelijcken
 
Dat hy u liefd deed blijcken29
30
Tot ware danckbaerheyt?
 
 
 
Indien ghy't soudt begeeren,
 
Laet u mijn suchten deeren,32
 
En draecht mijn wederliefd',33
 
Soo werdt mijn heyl ghekreten,34
35
En ick soud salich heten,35
 
Om dat ghy my verhieft.36
Gepubliceerd zonder titel, naam of zinspreuk in Apollo of Ghesangh der Musen, Amsterdam 1615, blz. 42. Herdrukt met enkele zuidnederlandse wijzigingen en mét zinspreuk in Het Brabandts Nachtegaelken; het oudste bewaard gebleven exemplaar daarvan is er een van de ‘thiensten druck’, Brussel 1650, blz. 62 (Unicum K.B. Brussel, sig. II 25.971 A-L.P.). Zie ook Keersmaekers 1983. De melodietitel fractuur; al het overige (ook het woord Stemme) romein.
1Sint dat: sedert.
2verkrachten: overweldigde.
3loos ick: slaak ik. Dezelfde uitdrukking bij Hooft: Sij loosden sucht op sucht voor liefs gesloten deur (ed. L.-St. II, blz. 11).
6hoop en ducht: de tegengestelde emoties van hopen en vrezen, karakteristiek voor de liefde, worden uitgewerkt in de tweede en de derde strofe.
7U: uw; wesen: natuur, aard.
9selve: zelf.
10beleefde seden: vriendelijke gedragingen; de vzn. 10-12 zijn waarschijnlijk een bijw. bep. bij ghemaeckt (vs. 9).
11minnelijcke reden: vriendelijke woorden.
12Daer ghy enz.: waarmee gij kunt spreken.
16decken: bedekken, verheimelijken.
17'T geen: nl. de verlangens; doe verwecken: verwek, in mij opwek; doe functioneert hier als hulpwerkw. van omschrijving.
18In allerley gheval: in allerlei omstandigheden, dus: telkens weer.
21Sien: kijken; na u deur: naar uw deur, uw woning.
23behouden: veilige.
24Hier leyt enz.: voor deze haven heb ik mijn anker laten vallen (om binnen te lopen als het tij gunstig is).
26Of: indien; by gheval: soms.
29u liefd: aan u zijn liefde.
32deeren: tot medegevoel bewegen.
33mijn: jegens mij.
34Soo: dan; ghekreten: verkondigd, luid uitgeroepen.
35salich heten: gelukkig genoemd worden.
36verhieft: tot u zoudt hebben opgeheven.
prepostterug  begin  verder