Haer tedre traanties swalp. Doch ghy, O Koning treedt12
Den Koning David na: dien heyligen Poëet
Die Geestlijck heeft gedicht veel schoone Rijmerijen.14
garbrandt bredero
'tKan verkeeren.
Gepubliceerd als het tweede van drie drempelgedichten voor Iepthahs Ende zijn Eenighe Dochters Treur-spel. t'Amsterdam. Voor Abraham de Koning, Kunst-vercooper wonende op de Beurs, inden Konings-Hoet. Anno 1615. Het voorbericht is door de auteur gedateerd: den 20. Meert. 1615. Titel romein; tekst cursief met enige woorden romein; onderschrift: naam kl. kap.; zinspreuk romein.
1dapp'ren: kloeke, vaardige; des Maalders: van de schilder; Taeffereelden: schilderde.
2Den Agamemnons Moordt: de griekse veldheer Agamemnon zou bij het begin van de tocht naar Troje zijn dochter Ifigeneia aan de vertoornde godin Artemis ten offer brengen.
3verschrack: ervan schrok; keef: twistte, van mening verschilde.
4wesen: werkelijkheid; Ameloose: onbezielde, zonder levensadem.
5Koning: Abraham de Koning (1586-1619) was als dichter lid van de brabantse Kamer Het wit lavendel; van gelijck so: op eendere manier.
6de geheele stoet enz.: er was dus een druk bezochte opvoering van dit spel geweest, die Bredero wel zal hebben bijgewoond.
8dat: wat; Iephthah: joodse veldheer die als gevolg van een roekeloze gelofte zich verplicht voelde zijn dochter te offeren. Zie Richteren 10: 6 - 12: 7; speelden: zwakke verl. tijdsvorm enkelv.; het onderw. is Iephthah.