De looghentijng straat-maar, van d'onghedoode Moort,10
Claaght sy den Moorder an, en leyt hem valsche laghen.
O dubbelheyt deurtrapt: Wee hem die licht ghelooft,12
Leest met op-merck, en vlecht een Lauwer-crans om t'hooft13
Des Duytschen Rijmers, dies met eeren wel mach draghen.14
g.a. in brederode.
T'kan verkeeren.
Gepubliceerd als het zesde van negen drempeldichten vóor Kolms Battaefsche Vrienden-spieghel (zie het voorgaande sonnet). Titel romein; tekst fractuur met enkele woorden romein; onderschrift: naam cursief; zinspreuk romein.
8haast: spoedig; soo: overtollig bijwoord (hervattend); baar: verwekt, brengt voort; doordat gy achter de persoonsvorm staat, kan de -t daarvan ontbreken.
9schalcke: sluwe, doortrapte; soo knap als: zodra.
10looghentijng: leugenachtig bericht; straat-maar: dat van mond tot mond gaat (achtergeplaatst bijv. naamw.); d'onghedoode Moort: de moord, die echter niet is gepleegd.