En 't rolt en solt de mensch zo wildt, zo woest, zo wuft,10
Tot dat hy solleboldt in hondert duyzent partjens.11
Ghy oude grynzers grijs, die dit al slinx beziet,12
Dit beelde-boeckien is voor nortsche suffers niet:13
Maer 't is alleen ghemaeckt voor zoete lieve hartjens.
g.a. bredero
'tKan verkeeren.
-Kijckers: door dit woord i.p.v. ‘Lezers’ richt Bredero het eerst de aandacht op de prenten.
Drempeldicht vóor Othonis Vaenii Emblemata aliquot selectiora amatoria, Amsterodami, Apud Guilj: Ianssonium. Ao. 1618 Titel romein; tekst geheel cursief; ondertekening en zinspreuk romein.
1bootsjes: guitige streken, poetsen; de Minne: Cupido.
3poeselachtich wicht: lieftallige dreumesje; blindt: Cupido wordt vaak geblinddoekt voorgesteld.
5den Monster-temmer: Hercules, de mythologische griekse held (gr. Herakles), die als boetedoening voor een begane moord twaalf bovenmenselijke ‘werken’ moest verrichten, zoals het doden van een onkwetsbare leeuw en van de zevenkoppige waterslang Hydra, het vangen van een grote ever in Arcadië, van de stier van Koning Minos op Kreta enz. Door Zeus verplicht zich als slaaf te verkopen aan de lydische vorstin Omfale, deed hij daar vrouwenarbeid.
6rocken: de hoeveelheid vlas of wol die op het spinrokken (een staande stok aan het spinnewiel) is gebonden (lijd. voorw. bij spinnen); verwijft: onmannelijk.