Gepubliceerd in Thronus Cupidinis, Editio altera. Amsterodami, Apud Guilj. Ianszonium., 1618. Herdrukt in Thronus Cvpidinis, Editio tertia; Prioribus emendatior, & multo auctior. Amsterodami, Apud Wilhelmum Iansonium. 1620. Voorts in Ned. Rijmen 1620, fol. E3v-F1v; Ned. Poëmata 1632, fol. E3v-F1v; 1638, fol. E3r-F1r; 1644, fol. B5r-B7r. Hoofdtitel op aparte pag. romein (kap.); subtitels cursief; tekst romein, maar de naam Venus in nr. 17 cursief; enkele afkortingen; onderschrift: naam en zinspreuk cursief. De titel Emblemata Amatoria alleen in Thronus
Nr. 1 A C D E nr. 7 - titel Minne A C D E Min - 1 inde A C D E voor de - 2 dat ons beroert het A C D E int Kinderlijcke - 3 En 't welcken A C D E Het welcke; onderling beminnen A C D E onderlinghe Minne
Nr. 2 A C D E nr. 8 - titel ghevanghenis A C D E ghevanckenis - 3 Liefs A C D E Siels - 4 vinckje A C D E Vinckjen
1de natuur: identificerende bijstelling bij moeder (Moeder Natuur).
Nr. 3 A C D E nr. 9 - 2 Grijpt A C D E Neemt - 3 de A C D E den - 4 werde A C D E wert den; blooden volgens A C D E; Thronus blooten
Nr 4 A C D E nr. 10 - titel A C D E geen titel
Nr. 5 A C D E nr. 11 - titel Liefde A C D E Liefd' - 1 Liefdetjes A C D E Liefdetjens - 2 hier of A C D E hier af
1Suft: aarzel, draal; mooght bekouten: kunt bepraten, tot iets overhalen.
Nr. 6 A C D E nr. 12 - titel Liefd' volgens A C D E; Thronus Liefd, - 2 door die A C D E door dat - 3 Door 'tvolgen van u lust A C D E En volght uwe natuur; broetsche A C D E dwase
Nr. 7 A C D E nr. 1 - 2 den ander A den anderen C D E den and'ren - 4 alderliefste C D E alderbeste
Nr. 8 A C D E nr. 2 - titel A C D E geen titel - 2 hoonich A C D E Honingh - 4 hy A C D E die
Nr. 9 A C D E nr. 3 - titel A C D E geen titel - 1 De Vorst mach A C D E Den Coninck; ghedoghen A C D E can dooghen
Nr. 10 A C D E nr. 4 - titel Hy A C D E Ghy - 2 helas A C D E helaes; voor de A C D E voor den
Nr. 11 A C D E nr. 5 - titel A C D E geen titel - 2 grilligh A C D E gallich
Nr. 12 A C D E nr. 6 - titel A C D E Van Liefde comt wel-spreeckentheyt - 1 Wech A C D E Fy - 2 is niet als A C D E die is maar; val A C D E voet - 3 nu A C D E licht - 4 sleutels A C D E Sleutel
Nr. 13 A C D E nr. 19 - titel Liefde A C D E De Liefde - 1 de Liefste A C D E u Liefste - 2 leenigh, en gedweeghjes A C D E en gedweegh van hart en
Nr. 14 ontbreekt in A C D E
1koude: onbezielde, hartstochtloze; wel te spreken: welsprekend te zijn.
Nr. 15 A C D E nr. 20 - titel Liefd' A C D E Liefde - 2 door 'tgoudt A C D E aen gout - 4 zoecktmen heul an A C D E krijght men 't meest met
Nr. 16 A C D E nr. 21 - 1 marmre A C D E marb're - 2 Danae A C D E Danaus - 3 hart A C D E hert - 4 door A C D E van; zoud' A C D E sou
2zy: het meisje; toespeling op de legendarische griekse prinses Atalante, die alleen wilde huwen met iemand die sneller zou kunnen lopen dan zij. Wie in de wedloop met haar verloor, werd ter dood gebracht. Hippomenes won door op haar pad drie goudstukken te strooien; het oprapen daarvan berokkende haar een fataal tijdverlies. Vgl. Ovidius, Metamorphosen Bk.X, vs.560 en vlg.. Bredero heeft dit klassieke verhaal over de invloed van het geld bij huwelijken ook gebruikt in het Gr. Lied-boeck aan het slot van lied LXIX (dl. I, blz. 258); bekoort: verleid; haer: zich.
3beweeghlijck: geschikt om iemand tot iets te bewegen; verwindtmen: overwint men.
2Danae: volgens een griekse mythe een dochter van de koning van Argos, op wie Zeus verliefd werd. Haar vader had haar in een toren opgesloten om te voorkomen dat zij een zoon zou krijgen, maar Zeus wist haar in de gedaante van een gouden regen toch te bezoeken. Dit motief ook in Groot Ldb., nr. CLX (dl. I, blz. 514). Vgl. Ovidius, Metamorphosen IV, vs. 613 en vlg.
Nr. 17 A C D E nr. 22 - 4 mijn A C D E my
Nr. 18 A C D E nr. 23 - titel A C D E De Liefde versmaet de grootheyt - 1 Cyprische A C Cypresche D E Cypressche
1zeer versuft zo vind' ick my rechtvaerdigh: ik voel mij terecht zeer verward, zeer onzeker.
2ick: nl. Paris, een trojaanse prins, die ter beslechting van een twist moest aanwijzen, wie van de drie godinnen Juno, Minerva en Venus de schoonste was. Hij koos Venus, omdat zij hem als beloning de schoonste vrouw beloofde.
3haer: nl. de Prijs (vs. 2); de zin heeft een object te veel: haer of die moet geschrapt worden.
1De Cyprische Goddin: nl. Venus, die in het bijzonder op Cyprus werd vereerd. Volgens een griekse mythe werd zij verliefd op de koningszoon Adonis. Ovidius verhaalt hoe zij, achterover liggend in Adonis' schoot, uitrustte (vgl. Metamorphosen Bk. X, vs. 554 en vlg.); lusten: hartstocht, liefdesverlangen.
Nr. 19 A C D E nr. 24 - titel volgens A C D E; Thronus geen titel - 4 trompetten A C D E Trompettet
Nr. 20 A C D E nr. 25 - 2 wints A C D E Zees; verzaagt geen trouw A C D E vertsaecht het vroom
1watersteeckertjes: de Cupidootjes op de prent houden, op zwanen gezeten, een steekspel.
4loflijckheyt: lofwaardigheid, voortreffelijkheid; trompetten: meerv. persoonsvorm bij het enkelv. onderw. pen, verklaarbaar door het meerv. vryers.
2verzaagt: ontmoedigt, schrikt af; enkelv. persoonsvorm, doordat al het genoemde als één geheel wordt opgevat; geen: onlogische negatie.
3Leander: volgens de legende een jongeman uit Abydos, die iedere nacht over de Hellespont zwom naar zijn geliefde Hero, die voor hem als baken een brandende lamp neerzette. Toen deze in een stormnacht uitwoei en Leander daardoor verdronk, stortte Hero zich in zee; 't holle water: de onstuimige golven.
Nr. 21 A C D E nr. 26 - 2 smert A C D E smart
Nr. 22 A C D E nr. 27 - 4 met de A C D E inde
1Pyramus: een jongeman uit Babylon, die verliefd was op zijn buurmeisje Thisbe, evenals zij op hem. Hun ouders verboden elke omgang. Bij een heimelijk afgesproken ontmoeting buiten de stad vond hij alleen Thisbe's gescheurde sluier. Hij dacht dat ze door een leeuw verslonden was en doorstak zich ter plaatse. Thisbe was echter aan de leeuw ontkomen en toen zij te voorschijn kwam en Pyramus dood aantrof, doorstak zij zich eveneens. Vgl. Ovidius Metamorphosen IV, vs. 55 en vlg. In Bredero's tekst wordt Thisbe sprekende ingevoerd op het ogenblik van haar terugkeer; waerde: lieve.
1Ariadne: een kretensische prinses, die de atheense held Theseus hielp bij het doden van de Minotaurus. Zij vluchtte daarna met hem, maar hij liet haar op het eiland Naxos achter; lichte: ontrouwe.
Nr. 23 A C D E nr. 29 - titel Liefd' A C D E Lieft - 2 Laas! an een A C D E Aen dese; monster wreet A C D E Zee-monster - 4 trout haer A C D troutse; E trouse
Nr. 24 A C D E nr. 13
1Andromeda: volgens een griekse mythe een ethiopische prinses, die aan een rots geketend geofferd zou worden om zo haar vaders rijk van een zeemonster te verlossen. De held Perseus evenwel versloeg het monster en trouwde met haar.
3Perseus ed'le moedt: het edele gemoed van Perseus; te zeer: in hoge mate.
1Troyaan: nl. de koningszoon Aenaes. Hij zwierf na de ondergang van Troje over zee en kwam terecht in Karthago, waar hij een langdurige liefdesverhouding had met koningin Dido. Toen hij ten slotte op goddelijk bevel wegvoer naar Latium, benam zij zich het leven. Vgl. Virgilius, Aeneis boek IV; begheven: verlaten, in de steek laten.
4schilvert: splijt; alleen: nl. alleen de dood; 't vereende trou-ghemoet: de vereniging van twee getrouwen.
Nr. 25 A C D E nr. 14
Nr. 26 A C D E nr. 15 - Salmacis, dat u A C D E dat u verliefde - 2 Nature zoo herschept? maar haar kracht is zoo stijf A C D E Ghy herschept end' vervormt met uwe kracht so stijf - 3 zy verwand'len doet A C D E ghy verwandelt flucx
1Nymphelijn: misschien een van de zeenimfen (Nereïden). De eerste twee vzn. worden door Neptunus gesproken, de laatste twee door de nimf.
4Eer: voordat, opdat niet; bedroghen: verleid; oock (...) mee: deze woorden zijn pleonastisch en hebben bovendien nauwelijks betekenis in de zin.
1Salmacis: een bronnimf die, verliefd op Hermafroditos, de goden bad hun lichamen ineen te smelten; sinds dit gebed werd verhoord, is Hermafroditos een dubbelslachtig wezen. Van Mander noemt in zijn Bruyloftsliedt voor Schrevelius en Maria van Teylinghen 't water Salmacij des Echts fonteyn (in Den Nederduytschen Helicon, 1610). Bredero geeft echter een geheel andere interpretatie: verliefdheid maakt verwijfd; u vloeden: de wateren uit uw bron.
2Nature: de menselijke natuur, hier in het bijzonder die van de man; herschept: veranderen (enkelv. persoonsvorm bij het meerv. onderw. vloeden); maar: wel; haar: hun; stijf: sterk.
4teef: vrouwelijke hond, scheldwoord voor de wellust.
Nr. 29 A C D E nr. 17 - 4 mensch gaet an A C D E nu is aen
Nr. 30 A C D E nr. 18 - 2 von A C D E vont - 3 wiert A C D E wert; verslaghen A C D E gheslaghen - 4 beston A C D E bestont
1Narcissus: volgens de mythe een beeldschone jongeling die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld in het water. Vgl. Ovidius, Metamorphosen Bk. III, vs. 339 en vlg.
2ongheneught, misnoegen, onvrede (door het verlangen naar zijn spiegelbeeld); blieck: bleek.
1Wacht u: hoedt u; wilt gheen minne draghen: wordt niet verliefd.
2daer de hoop enz.: die voor u hopeloos onbereikbaar is (von: vond).
3Phaëton: als zoon van de zonnegod en een aardse moeder mocht hij van zijn vader voor één dag de zonnewagen besturen, maar toen hij de paarden niet in bedwang kon houden en de aarde dreigde te verschroeien, doodde Zeus hem met zijn bliksemstraal. Vgl. Ovidius, Metamorphosen Bk. II, vs. 19 en vlg.
Nr. 31 A C D E nr. 28 - 1 Brengt enz. A C D E Ist dat u het gheluck u brenght by groote Heeren - 2 spreect A C D E jockt
Nr. 32 A C D E nr. 30 - 1 ghy A C D E dan - 2 u zelfs de deught met Lauwer cransen kroont A C D E ghy met Laurier ghenadich wert ghekroont; kroont Thronus kroon - 4 beloont A C D E gheloont - zinspreuk en naam A C D E alleen zinspreuk
4Hyacinthus: een beeldschone jongeling op wie Apollo verliefd was. Bij het discuswerpen werd hij per ongeluk, doordat Apollo's discus van de grond opstuitte en hem in het gezicht trof, gedood. Daarna veranderde hij in een bloem. Vgl. Ovidius Metamorphosen Bk. X, vs. 162 en vlg.
4jonst: genegenheid, liefde; wel: goed, naar behoren. - Op de gravure staat links Gratia (Dankbaarheid), die de getrouwe Pyramus een lauwerkrans schenkt, en rechts Nemesis (Wraak), die met een gesel inslaat op twee vrouwengestalten, nl. Anax en Areta. Deze namen duiden erop, dat hun ongenaakbaarheid voor minnaars te wijten is aan hoge maatschappelijke stand en aan overdreven deugdzaamheid.