Gepubliceerd in Ned. Rijmen 1620, fol. F2r-F2v; Ned. Poëmata 1632, fol. F2r-F2v; 1638, fol. F1v; 1644, fol. B7v. Titel fractuur; namen van de maanden romein kl. kap.; tekst infractuur; eigennamen, behalve eel hart (Mey, vs. 3), romein; onderschrift: datering en zinspreuk cursief, naam kl. kapitaal.
1Keuninghje: op het feest van Driekoningen, 6 januari, werd er geloot (of door een koek waarin éen boon was gebakken, beslist) welk kind er die ene dag koning mocht zijn, met alle rechten en plichten van dien.
3Is Krelis Keuningh: al is Krelis koning; insen Brief: in zijn waan (zie WNT III (II), kolom 1324).
4pooten: mogelijk betreft het hier bonen; aardappelen werden hier in 1617 nog niet geteeld.
2'T Heerschip: het heerschap, de heer, de denkelijk patricische landeigenaar; gaet hem wat vermeyen: gaat zich wat ontspannen, dit in tegenstelling tot de zwoegende boeren.
3heur tot sticken voeght: gaat stekken zetten; evenals bijv. mit naast met is sticken een bijvorm van stekken (in WNT XV, kolom 1675, alleen twee jonge vindplaatsen). Deze betekenis past, anders dan de betekenis ‘naaien’ zou doen, volkomen in de reeks van werkzaamheden op het land.
Mey 1 vaele volgens C D E; A vaeghe - 3 Eel-hart volgens C D E; A eel hart
1vaele: bleekgele of parelkleurige (WNT XVIII, kolom 14). De lezing vaeghe, die alleen in A voorkomt, is niet waarschijnlijk, omdat geen van de betekenissen (leeg, onbeheerd, onbewoond, woest; zie a.w., kolom 6, i.v. Vaag V) van toepassing is, terwijl de betekenis ‘onduidelijk, onbestemd’, die eventueel op de kleur zou kunnen slaan, pas in de 19e eeuw aan het Frans ontleend schijn te zijn (a.w. kolom 7, i.v. Vaag VI).
2voort: verder, bovendien. Als gevolg van de genoemde handelingen zou Sander op een nar gaan lijken met een breed lachende mond en een rinkelende zotskap.
3Noor-man: botterik, lompe boer. Noor-man, ‘man uit het noorden’, wordt hier in dezelfde zin gebruikt als Deen, Jut, Jotto Poep in kluchten en blijspelen (zie het WNT i.v.); in een Slee: in een (n)arreslee; de oorspronkelijke vorm met de n- was in de 17e eeuw nog volop bekend. Dit is een bijw. bep. bij meughen stellen: kunnen zetten.
4Veur: als. In de vzn. 3 en 4 zinspeelt Bredero op de optochten met sleden van de narrengilden. (Vgl. WNT IX, kolom 1562.)