Ghelijck den Phoenix sich verbrandt tot as en stof,10
En met zijn eyghen doodt hem weer verweckt een ander,11
[p. 166]
Soo ist met u gheslacht, soo ist oock met u saet,12
Waer uyt soo waerdelijck, en prysselijck op staet13
Geen minder, maer soo groot een Karel vander Mander.14
g.a. bredero
't Kan verkeeren.
Geplaatst na 't Geslacht, de geboort, plaets, tydt, leven, ende wercken Van Karel van Mander, Schilder en Poeet, (...), in Het Schilder Boeck (...) door Karel van Mander Schilder (...) T'Amsterdam By Iacob Pietersz Wachter Boeckvercooper op den Dam. Anno 1618, fol. Ri r - Siij v. De levensschets volgt op de Uytbeeldinghe der Figueren (...), t'Amsterdam, Voor Cornelis Lodowycksz. van der Plasse, Boeckvercooper aende Beurs, in d'Italiaensche Bijbel. Anno 1616. Het gedicht staat op fol. Siv r; het is gedrukt in romein met enkele woorden cursief.
4Man-der Mannen: een man bij uitstek, een onovertrefbare man. In deze zinspeling op de eigennaam kan men rederijkersinvloed zien; het gebruik van de genitief in deze superlativische betekenis is van hebreeuwsbijbelse oorsprong. Waarom in Werken 1890 (dl. III, blz. 587) zonder enige verantwoording de ietwat insinuerende ‘emendatie’ Man-der Vrouwen is gedrukt, is duister.
9ghelucksalighe: door het antimetrisch accent krijgt het element zalig (in christelijke betekenis) opeens de volle aandacht.
10Phoenix: de mytische wondervogel die duizend jaar leeft, dan een nest van arabisch reukwerk bouwt om daarin te verbranden en uit zijn as verjongd te herleven.
11hem: in plaats van zichzelf; een ander: een tweede, een nieuwe.
13waerdelijck, en prysselijck: eervol en lofwaardig.
14minder: kleinere; soo groot een: een even grote. De gelijknamige zoon (geb. 1579), die in 16l7 in Delft woonde en bekend stond als een begaafd ontwerper, o.a. van wandtapijten, wordt geacht zijn vader, de dichter en schrijver Carel van Mander (1584-1606), te evenaren.