Gepubliceerd in de Vermeerderingh bij de Klucht Vanden Hoogduytschen Quacksalver, 1622, fol. E4r-E4v; 1629, fol. J4r-J4v; 1637, fol. K4r-K4v; 1644, fol F3v-F4v. Opschrift: fractuur; Al singhende romein; tekst fractuur; enige afkortingen. Titel en een smeerige M N en smeerighe - 5 mijn K M N my - 11 mijn K M N my
1-2Deze vzn. vormen het slot van het door Claes gezongen lied. Zijn vrolijkheid maakt nu plaats voor een meer bespiegelende stemming.
3dattet gien deech was: dat het niet goed ging, nl. met de gezondheid van zijn vrouw.
4Belle Maeycken: in het Derde deel van de klucht van Nicolaes Biestkens (zie blz. 75) de vrouw van Claes Cloet, afkomstig uit de Lepelstraat, het hartje van de rosse buurt in Antwerpen; veech: de dood nabij.
8by d'Italiaen: bij Biestkens is wel sprake van een Spanjaard (vs. 922), maar niet van een Italiaan. Deze vergissing, die stellig op rekening van Bredero komt en niet op die van Claes, is heel begrijpelijk voor iemand die het stuk gehoord en gezien heeft, maar niet gelezen.
12Jaack: ja ik, jawel; sloecher de moort: stierf ze.
14 in quijl volgens K M; I inquijl; N en quijl - 19 'Tis K N 't Tis; ien K M N een - 21 heur K M N haer 22 gerumel K M N geruwel - 25 lacht K M lach - 26 Ey get M N En get
13op heur monckt: op haar mond; dit waarschijnlijk om terugkeer van de ziel in het lichaam te verhinderen; an 't schot: tegen het schot van de bedstee; ienwijl: zolang; Claes moest namelijk zelf ook nog een plaats in het bed hebben.
15gort lof: verbastering van Godlof; mit vreuchden: na een begrafenis werd het verdriet vaak verdreven door een soms uitbundig drinkgelag.
16mijn leven: van mijn leven; uyt elacht: hartelijk gelachen.
17mijn tijt nu reyn uyt ewacht: de rouwtijd volledig voorbij laten gaan.
18over ien maent: een maand geleden; Graeuwe: grijze.
20so vroech niet te hylicken: zo vroeg moet je (d.w.z. de spreker) niet hertrouwen; sonckt: een zonde.
21'tjatse: vurige, wellustige (de apostrof staat er ten onrechte); half versette: gedeeltelijk van furset, d.i. een soort grof fluweel; schorteldoeck: schort, voorschoot.
22gerumel: prikkeling; wortelbroeck; schertsende samenstelling, waarin wortel erotische betekenis heeft.
31doetet: doe het, nl. hertrouwen; om mijn mijnent willen: waarschijnlijk een komisch bedoeld pleonasme; Schotse: bitse, schampere (de naam Stijn maakt het onwaarschijnlijk, dat we met een Schotse van afkomst te doen hebben).
35seyden: enkelvoudsvorm met -n van de zwakke verl. tijd.
37vrijnd: vindt; me: mede, ook; int Lietie: als dit geen ons onbekende figuurlijke betekenis heeft, moet Claes doelen op een of ander spotliedje waarin in elk geval de moeder en waarschijnlijk ook de dochter genoemd zijn.
38kruydigen: pittig, flink, pienter; Kanjuweeltie: pronkstuk, juweel (het woord is een vernederlandsing van de naam van een franse peer: poire de caillouel);se ken enz.: ze is erg slim, erg handig.
40gord segent eeten: een bastaardvloek: ‘god zegene het eten’, een woordspeling, ingegeven door de gedachte aan room in de vergelijking ‘as ien room pot’.