-Luys-bosch, Alias Robbe-knol: mogelijk zijn deze beide namen partieel synoniem; zie Stutterheim, Spaanschen Brabander, blz. 75-76.
Gepubliceerd in de Vermeerderingh bij de Klucht Vanden Hoogduytschen Quacksalver, 1622, fol. E2v-E3v; 1629, fol. J2v-J3v; 1637, fol. J2v-J3v; 1644, fol. F3r-F3v. Opschrift: fractuur-cursief-romein; tekst in fractuur; ondertekening romein.
1 der wiet K M N die wiet - 3 eerb'rer K M N eer'bre
1Der fiel gebiert is: wie veel overkomen is; der wiet: die weet; gaer: heel; zoe verzellen: te vertellen.
7meynder zeelen: bij mijn ziel; Der oort ond der stondt: de plaats en de tijd; von mir gelach: mij baarde.
8schnar: schuur? stal? Misschien is dit woord een vervorming van het duitse Schranne, ‘(markt)kraam’. In de Lazarillo (zie blz. 235) is Lazaro geboren in een door water aangedreven molen; Monendach: maandag.
9so: aangezien; windels: windsels; zoe vonden: te vinden.
10Deeren: jonge vrouw van het platteland, nl. zijn moeder.
11steych hen opter lauf: ging ervandoor (steych staat waarschijnlijk voor sleych, ‘sloop’, zoals Van Rijnbach 1926, blz. 182, veronderstelt).
15greef zoe hant: deed zijn werk, deed zijn plicht(?).
18schempten mit die woorden: hoonden, bespotten die woorden, nl. de door de priester gegeven naam; uit de volgende vzn. blijkt, dat ze de moeder goed gezind zijn.
35 deinen K M N deiner - 38 het klagen volgens K M N; I heen, klagt - 43 eerst K M N eer - 44 der K M de - 48 ick K M N ich - 52 redeleychen N redeleycken
35In deinen zoech: op een veldtocht; deinen is wel onjuist voor einen.
36eynem Welscher onbekant: door een onbekende Waal, Fransman.
42eyn hoech: een hoek. Bredero is hier blijkbaar uitgegaan van het ndl. hoek en niet van het du. Ecke; hoech is vergelijkbaar met kloech in vs. 26, waarin we eerder het ndl. kloek dan het du. klug moeten zien. Interpretatie van eyn hoech als ‘eenhoog’ lijkt niet waarschijnlijk; van der strassen: van de (hoofd)straat.
43eerst man slaphers hiel: eerst mensen onderdak voor de nacht verschafte.
44Und kreygen enz.: en vervolgens veel gasten kreeg; misschien moeten we hierbij in tegenstelling tot de slapers uit vs. 43 aan kostgangers denken.
45quemender: kwamen er, kwamen daar; het onderw. van quemen is Den armen en schollieren (vs. 46).
56Der schelm enz.: bijstelling bij hem in vs. 55; Der had dus Den moeten zijn; daer voerden aus: mij daaruit meenam.
57hief zoe smeecken: begon te vleien, vriendelijk te praten tegen.
59Jannege: Jannetje; aangezien de ndl. k in deze tekst nergens door een du. g vervangen is, is deze naam niet te beschouwen als een vervorming van Janneke, maar eerder als een verschrijving van de gewone vorm Jannetge; meyn leyb bemint: m'n lieve leven, m'n liefste (bemint is een bijv. nabepaling). Vgl. ook Hooft: ‘Amaryl mijn lieve leven’ (ed. L.-St. I, blz 35).
79ging: liep erheen; de varianten ops en kops zijn in K ingeslopen en in M en N niet gecorrigeerde drukfouten (in K en M staat een lange s; in N een ronde s).
81druckt my ander rachen: grijpt me bij de strot (of: knijpt m'n strot dicht?). In Lazarillo geeft de blinde Lazaro een slag tegen het hoofd, waardoor deze met het hoofd tegen de steen slaat.