Maer eeuwigh blyven staen, waert anders 't soumen deeren.30
Gepubliceerd in Ned. Poëmata 1632, fol. G2v-G3r; 1638, fol. G3v; 1644, fol. C5r-C5v. Fractuur met enkele woorden romein; geen titel.
2 Vermerckt uyt E Vermerckt doch uyt - 11 moyt D E moeyt
1leege: bijv. bep. bij tijts: dus: dat waaraan ik mijn vrije tijd heb besteed.
5so lief: zo dierbaar (bijv. nabepaling bij vriendt); en waerde: een hartelijke. Of: een zeer vriendelijke, hartelijke groet?
6Als: bij wijze van; gunst: (blijk van) genegenheid.
9Leyder: helaas; leydts vertreck: vertrek naar Leiden; myn: mij. De woordspelingen met leyd- zijn een retorische figuur die Bredero ook in zijn proza graag toepast; zie bijv. Damsteegt 1981, blz. 37.
23Siet hier: in deze alexandrijn ontbreekt een syllabe; men leze desgewenst: Siet hier dan; u vriend'lijck begeeren: wat u als vriend van mij kunt verlangen.