't Mijns sy dan so het wil, het mach sijn selven prysen.14
Met het hierna volgende ongetitelde lied ‘Maer waerom ben ick niet soo gheluckigh’ gepubliceerd en als bijeen behorende afgedrukt in Ned. Poëmata 1632, fol. H3v-H4r; 1638, fol. H4r; 1644, fol. D1r. Titel romein; tekst van het Klinck-dicht fractuur; lied romein, maar de naam Margariete cursief.
1Also: aangezien, omdat; de Camers Prins: de prins van de Kamer; de woorden de Camer zijn als groep verbogen door achtervoeging van een s; opghesteecken: uitgeloofd. - Dit sonnet diende als aanbiedingsbrief bij het hierna volgende lied waarmee Bredero naar een prijs dong.
2het doorluchtigh volck enz.: de uitnemende rederijkers; die: de.
3werdt: wordt; vs. 3 is de hoofdzin; lichtelijck ghesint: gemakkelijk geneigd, gestimuleerd.
8scheldt: kritiseer; heusch: hoffelijck, op fijnzinnige manier.
9't Faelt my: het ontbreekt mij; ick kent: ik erken het; dan doch die: maar toch, als iemand.
10dat dien Mensch enz.: dat zo iemand dat niet alleen uitsprak, maar dat hij het (nl. betere gedichten maken) ook deed. De zinsconstructie laat meer dan één grammaticale interpretatie toe. Waarschijnlijk is er sprake van samentrekking van het in het eerste lid van de nevenschikking (bij seyde).
12mijn slechte gunst: het eenvoudige bewijs van mijn goede wil.
13slechte Boertery: simpele speelsheid, luchtig liedje; by: in vergelijking met.
14't Mijns: het mijne, mijn lied; het mach sijn selven prysen: het moge zelf tonen wat het waard is.