terug  begin  verderprepost
[p. 215]

Sonnetaant.

 
Het heylich vat, der Goon waar in dat sijn gesloten1
 
De plagen, en de straf van 't menschelijck geslacht:
 
Is laas! voor mijn ontdeckt, geopent, onverwacht,3
 
Want 'k hebber al bereets veel smarten af genoten.4
 
 
5
Mijn sinnen met geweldt die sijnder af gesloten,5
 
Mijn leden af geknaaght tot op het kaele been,6
 
Mijn Hert dat is vol viers, en 't sendt sijn suchtjens heen,7
 
Met laster en met lof gestrengelt en doorschoten.8
 
 
 
Helaas! mijn hert meent u Pandora schóón en wit,9
10
U! die het dient, en smeeckt, en viert ende aenbidt,
 
Om eens van u getróóst in al mijn pyn te wesen.11
 
 
 
O schoone! doet dan op, doet op het tweede vat,12
 
Dat my verdrinckt en brant; doet op de waarde schat,13
 
Daar al de Heyl in is, die my stracx kan genesen.14
Gepubliceerd in Ned. Poëmata, 1632, fol. J2r-J2v; 1638, fol. J2r-J2v; 1644, fol. D3r.
Titel en tekst romein; Pandora cursief.
1Het heylich vat, der Goon: in de griekse mythologie de door de goden aan Pandora meegegeven doos, waaruit, toen zij deze op aarde opende, alle rampen ontsnapten en waarin alleen de hoop overbleef.
3ontdeckt: ontsloten.
4al bereets: alreeds; af: van, door.
5sinnen: zintuigen; geweldt: kracht.
6af geknaaght: (zijn er door) vermagerd.
7vol viers: vol vurigheid, vol hartstocht.
8Met laster en met lof: met afkeuring en met eerbetoon; de tegenstelling is karakteristiek voor de onbeantwoorde liefde.
9meent u: bedoelt u. Pandora: zie vs. 1, hier echter tevens aanduiding van het geliefde maar nog afkerige meisje; wit: blank.
11getróóst: dit werkwoord duidt op de volledig geschonken wederliefde.
12doet dan op: open dan; het tweede vat: nl. uw hart; van een tweede doos is in de griekse mythologie geen sprake, wel van de in de eerste doos achtergebleven hoop.
13waarde: kostbare.
14de Heyl: de genezende kracht; stracx: aanstonds, dadelijk.
prepostterug  begin  verder