terug  begin  verderprepost
[p. 216]

Klinck-vaersaant.

 
Sy, die Aurora plach in Verruw te ghelijcken,1
 
Wanneer sy 's morghens steech uyt 't logg' en 't vochtich bedt,2
 
Van haren Tithon oudt, diens Sieltjen is, nu net,3
 
Een Aartsche voor-beeld, en een glants der Hemel-rijcken.4
 
 
5
Onder dit Marmer leydt de Grieksche Eer besloten,5
 
Hoe wel dat Griecken-landt mach roemen vry, met reen,6
 
De Nijdt, en spijt, ten trots, van een suyv're Heleen,7
 
Die om haer Deuchdt, een Dóódt, vol glory heeft ghenoten.8
 
 
 
Den Hemel gaf haar wel Schóónheyt en suyverheyt,9
10
Maar was haar vóórt van hem, een Wijs-man toegeleydt,10
 
So waar sy gants volmaeckt in haar geluck gebleven:
 
 
 
Zo had den Dollen bloedt, met beestich onverstant,12
 
Ieloers, en vol wan-hoops, haar niet met eygen handt,
 
Onrechtelijck gebracht, tot sijner scha, van 't leven.14
Gepubliceerd in Ned. Poëmata, 1632, fol. J2v; 1638, fol. J2v; 1644, fol. D3r-D3v.
Titel romein; tekst cursief met enkele namen romein.
1Sy: uit de vzn. 3-5 blijkt dat hiermee een gestorven griekse vrouw wordt bedoeld; Aurora: in de romeinse mythologie de godin van de dageraad, die, verliefd op de trojaanse koningszoon Tithon (vs. 3) voor hem de onsterfelijkheid vroeg en verkreeg, maar vergeten had voor hem ook de eeuwige jeugd te vragen; zie Van Mander, Uytlegginghe, ed. 1616, fol. 59r; Verruw: kleur, gelaatskleur, nl. rozerood.
2sy: nl. Aurora; 't logg' en 't vochtich bedt: het luie en vochtige bed, nl. de ochtendnevel.
3diens Sieltjen: háar ziel; dit wordt nu onderwerp van de zin in plaats van Sy (vs. 1); diens: verwijst naar Sy; nu net: juist nu.
4Een Aartsche voor-beeld: een voorbeeld op aarde; glants: sieraad.
5dit Marmer: deze marmeren grafsteen; de Grieksche eer: de griekse vrouw die haar land eer aandeed; besloten: begraven.
6Hoe wel dat: hoewel; mach roemen vry: zich zeker mag beroemen; met reen: met reden, terecht.
7van: op; suyv're: vlekkeloze; Heleen: de verblindend schone Helena, die gehuwd was met Menelaos, koning van Sparta, werd door de trojaanse prins Paris geschaakt, welk feit aanleiding was tot de tien jaar durende oorlog van de griekse vorsten tegen Troje.
8vol glory: bijv. nabepaling bij Dóódt; over het lot van Helena na haar terugkeer bij Menelaos en over haar dood geven de overleveringen geen duidelijk uitsluitsel.
9haar: nl. de griekse vrouw.
10was haar vóórt enz.: als haar bovendien door hem, nl. de hemel, een wijze man toebeschikt was.
12den Dollen bloedt: de razende domkop (nl. haar man).
14Onrechtelijck: in strijd met alle recht.
prepostterug  begin  verder