terug  begin  verderprepost
[p. 224]

[Vernielder wreede Beul en Moorder van de Menschen]

 
Vernielder wreede Beul en Moorder van de Menschen,
 
Ontsaeghelycke Doodt! ó Lightvaardighen dief2
 
Wat ramp, wat quaat, wat smart, sal ick u konnen wenschen3
 
Tot een vergheldingh van het rooven van mijn Lief.
 
 
5
Vrybuyter of ghy schoon syn leven hebt ghestoolen5
 
U maght die is bepaalt, ghy moet niet verder gaan:6
 
O Diender vande noodt ist u van Godt bevolen?7
 
Soo heb ick onghelyck: en ghy oprecht ghedaan.8
Gepubliceerd na de afsluiting van G.A. Brederoos Treur-spel Van Roddrick ende Alphonsus (...)
Tot Amstelredam. Voor Cornelis Lodowijcksz. vander Plasse (...) 1637, fol. J (4) v.
Tekst in romein; geen titel.
2Ontsaeghelycke: vreeswekkende.
3ick: de ik-figuur, zo blijkt uit het woord syn in vs. 5, moet een vrouw zijn, maar elke aanwijzing voor haar identiteit ontbreekt. Dit kenmerkt deze tekst duidelijk als een fragment, waarschijnlijk de slotstrofen, van een ons onbekend gedicht.
5Vrybuyter: rover; of ghy schoon (...) hebt: al hebt gij.
6bepaalt: beperkt; ghy moet: gij moogt.
7Diender vande noodt: dienaar van het noodlot.
8oprecht: juist, goed.
prepostterug  begin  verder