Dat Philosophia: of wyse wetenheyt, is een oeffeninge des herten, die de
gebreken met wortel met al uytroeyet, en die herten reynicht ende vrught-
baar maket dat sy vruchten voort brengen mogen. Hier of schrijft Papyas12
de Meester, dat buyten Athenen ontrent een myl van daan een Dorp was
Achademja ghenoemt, dat van Aarbevinge (sic) dickwils wert beroert,14
15
welcke de Philosophen als Plato met sijn leerlingen verkooren om aldaar te
woonen, om dat sy uyt vreese der aartbevinghe hem selven soude wachten
van onsuyverheyt ende andere sonden, ende also hem bedt te begheven tot17
der Leeringhe.
Door G. Adriaansz. Bredero.
'tCan Verkeeren.
Gepubliceerd na de afsluiting van Roddrick en Alphonsus (zie hiervoor, blz. 224), fol. J (4) v, en na G.A. Brederoods Schyn-heylich, Tot Amstelredam, Voor Cornelis Lodowijcksz. vander Plasse (...) 1637, fol. J4r. De regels 1 en 9 cursief; het woord Of in cursief kap.; teksten en ondertekening romein; zinspreuk cursief; twee afkortingen.
1 de Schynh. deed - 4 Ist Schynh. Soo ist - na 4 of Schynh. ofte - 6 de goede Schynh. goede
1Tiberius: keizer van het Romeinse Rijk van 14-37 n. Chr. Van hem gaat ‘die natürlich nicht wahre Geschichte’, dat hij een man die meende een methode gevonden te hebben om onbreekbaar glas te maken, heeft laten onthoofden in plaats van hem de verwachte beloning te geven (Dessau 1930, blz. 411); de: dee (deed). - Deze notitie houdt geen verband met de volgende twee rijmpjes, die op hun beurt los staan van de aantekening over de filosofie. Waarschijnlijk heeft Van der Plasse een blaadje met losse aantekeningen van Bredero tussen de manuscripten gevonden en laten afdrukken.
2ghemeene: algemeen bekende. In Schynheilich staat na spreucke een dubbele punt en zijn de regels 3 en 4 cursief gedrukt, waardoor aanhaling en neventekst typografisch onderscheiden zijn.
9Tullus: ook gezien de variant in Schynh. is hier de romeinse redenaar en filosoof Marcus Tullius Cicero (106-43 v. Chr.) bedoeld.
12dat: opdat; Hier of: hierover; Papyas: Papias, bisschop in Frygië (Kl.-Azië) van ong. 70-150 n. Chr. In de fragmenten van zijn werk die in Eusebius' Historia Ecclesiastica vermeld worden, is deze uitspraak niet te vinden.
14Achademja: Academia, een lusthof buiten Athene, waar Plato omstreeks 387 v. Chr. een school voor wijsbegeerte vestigde.