terug  begin  verderprepost
[p. 336]

Bijlage 2
Inhoud van de Nederduytsche Poëmata (1632)

Voor-Reden tot den Leser
Den Broeders In Liefde Bloeyende, 1615
-Rethorica die groet al d' oude Kameristen
Lof van de Rijckdom
-Wonder werct Godt in al sijn werck
Lof van de Armoede
-Ghy Gheesten die niet gaaren rust
De Vaersen op de Sinne-Beelden van Horatius (102 kwatrijnen)
-Deughts loon is selfs de Deucht, oft in't wel doen behagen
De Liefde lijdt gheen Macker (dertig kwatrijnen, deels met eigen titel)
-Ghelijck de Hanen trots hier om de Hennen stryen
Grillen (twaalf kwatrijnen)
-Speulje Keuninghje mijn Lief?
-Godtvruchtighe, vriendelijcke, ende seer Deucht-rijcke jonghe Weduwe N.N. (M: 120)
-Rustighe, bly-gheestighe en seer verstandighe Weduwe N.N. (M: 121)
Aen mijn Heer Tibout
-Recht als het vrolijck sap der vreuchtmakende Wijn
Antwoort op de brief van Iacob Barthout Feris soons Brief
-Ghy negen-zangsters kloeck op Helicon geseten
Minne-Brief
-Waer u het hart bekent van die u dit doet senden
-Siet hier mijn goede Vriendt, mijn leege tijts verdrijf
Minne-Brief
-De bedroefde Gerbrande groet met verslaghener harte (M: 161)
Der Musen welkom
-Gewapende Goddinne
Klinck-vaers
-Gaet braefste Oorloghs-Heldt, die Holland oyt verliende
Klinck-rijm
-Margriete, Lief! mijn hart, en wensche van mijn leven! (VG: 295)
-De verwe van mijn bloem, wiens schoonheyt aengebooren (VG: 297)
Klinck-dicht
[p. 337]
-De soele Somer is so brandend' niet noch heet (VG: 299)
-O Nacht, ô lange Nacht! my een getuyg en trouw (VG: 293)
-Dit groen besloten perck, dus genoechlijck gevlochten (VG: 289)
(- Hoe vaeck heb ick mijn lief gebeden)
Klinck-dicht
-Also de Camers Prins heeft prysen opghesteecken
(- Maer waarom ben ick niet soo gheluckigh)
Ian de voor-looper
-'t Grof sal volghen, sey de Boer, en hy scheet een Kalf
Eerentfesten, Edele Heer, mijn Heer ende Vrundt P.C.Hooft
-Ick hebbe, waerde Heere, dese Sondagh ende Maendag (M: 148)
Sr. Francisco Badens
-De Deught bewesen het oprecht danckbaer herte (M: 99)
De Amstelredammer Oude Camer, Den Egellentier, in Liefd'
Bloeyende, Vrede, vrientschap, gheluck en Eeuwigh wel-varen
-Na dien ick, Eerwaardighe Mede-borghers, hebbe vermerckt (M: 112)
Sonnet
-Het heylich vat, der Goon waar in dat sijn gesloten
Klinck-vaers
-Sy, die Aurora plach in Verruw te ghelijcken
Sonnet
-Wel wat beklaach ick my van mijn lichtvaerdicheden
-Al hadt een mensch wat hy mocht wenschen
Geeft Lust
-Eerweerdige Heeren, mitsgaders ghy Eerbare Vrouwen (M: 123)
Voor-reden vande Sotheyt
-Het Volck duncktmen volght malkanderen start an start
prepostterug  begin  verder