terug  begin  verderprepost

Verantwoording

Voor de woordverklaringen die hierachter volgen is in hoofdzaak de ondergetekende verantwoordelijk, de tekstvergelijking is het werk van drs. De Haan.

De regelnummering sluit zich aan bij die van Knuttel, en bijna geheel bij die van 1890, die de twee korte regels, volgend op vs. 426, blijkbaar voor één heeft geteld. Alle drie de edities volgen voor het overige de regelindeling van de oude drukken, wat weliswaar in strijd is met de werkelijke versvorm in vs. 423-426, 480-482 en 605-612, maar voor het verwijzen praktisch.

In de annotatie is polemiek, zoveel mogelijk, verre gehouden. Van de woordverklaringen van Kollewijn en Knuttel is dankbaar gebruik gemaakt. Wordt een uitdrukking die in een vorige editie wel een verklaring heeft gekregen, hier niet van een noot voorzien, dan betekent dat eenvoudig dat wij daar geen reden voor zagen. Dat bepaalde annotaties een van de vorige edities als bron vermelden, wil niet zeggen dat die niet beide doorlopend geraadpleegd zijn. Ook evenwel waar onze voorgangers overeenstemden, is geregeld het WNT en soms ook het Middelnederlandsch Woordenboek te hulp geroepen. Geraadpleegd zijn verder A.C. Oudemans, Woordenboek op de gedichten van G. Az. Bredero (Leiden 1857), Id., Taalkundig woordenboek op de werken van P.C. Hooft (Leiden 1868) en Stoetts modeluitgaaf van Moortje (Zutfen 1931).

[p. 53]

Dit alles houdt niet in dat we tevreden zijn met het resultaat. De kennis van het 17de-eeuwse Hollands is nog onvoldoende. Wie doorziet met zekerheid de syntaxis van een zin als vs. 994: ‘Want hy van Adel is de treffelijcxst van 't Landt’? Het aantal vraagtekens en ‘wellicht's’ zal ongetwijfeld menig gebruiker irriteren. Moge de kritiek op deze editie veel verhelderen dat nog duister is.

 

De volgende afkortingen zijn gebezigd:

Van der Veen: J.O.S. van der Veen, Het taaleigen van Bredero (Amsterdam 1905).
Nauta: G.A. Nauta, Taalkundige aanteekeningen op de werken van G.A. Bredero (Groningen 1893).
1890: De werken van G.A. Bredero. Volledige uitgave...(Amsterdam 1890), 3 delen.
Koll.: De editie van Lucelle door R.A. Kollewijn in deel I van het vorige werk.
Kn.: Werken van G.A. Bredero met inleiding en aanteekeningen van J.A.N. Knuttel (Amsterdam 1921-1929), 3 delen. (Soms is ‘Kn.’ gebruikt ter aanduiding van J.A.N. Knuttel als redacteur van het WNT.)
Weijnen, Zev. Taal: A. Weijnen, Zeventiende-eeuwse taal5 (Zutfen 1965).
Stoett, Moortje: G.A. Brederoo's Moortje, uitgegeven en toegelicht door F.A. Stoett (Zutfen 1931).

c.a.z.

prepostterug  begin  verder