1De wanschapene Esopus siende zijn besighe Mede-mackers reetschap maken 2 om hare packen en sacken op te nemen, schaamden sich alleen ledich te gaan:2 3 Derhalven nam hy op hem 'tgeen andere wraakten, ende is alsoo zijn Ghe-34selschap ghevolght. Even van ghelijcken ben ick (waardighe Leser) bewoghen 5 gheweest, wanneer als ick sach mijn Rijm-Broeders soo naarstich in't oeffe-6nen der Hooghloflijcker Reden-Kunst, in welcker wetenschappe een yeder6 7 heeft ghedraghen de willighe last van zijn soete sinlijckheyt, dies ick ghe-78prickelt zynde van ghelijcke lust, hebbe aenghenomen niet 'tgheen voor hun 9 te swaar, maar dat voor haar t'onwaardich scheen, alsoo haare gheleerde sin-910nen met hoogher stoffe zyn voorsien, en so mijn ghemeen verstant de over-1011vlieghende dinghen niet en kan begrijpen: heb ick voor de Ghemeene-man 12 dit ghemeene Spelletje overgheset, met de ghevallichste en ghevoeglijcxste12 13 middel die my de geest heeft innegegeven, de sin en woorden heb ick te naas-1314ten by gevolcht. Indien dat hier kunst ontbreeckt, wilt dat goedichlijck ver-15helpen, en met een beter verschoonen. Selver heb ick wel gheweten dat hier15 16 +veel in te berispen, en niet minder in te verbeteren vallen sal. Insonderheyt 17 kan ick wel afdencken dat ick de Nydighe spinne-koppen, noch de nues-wyse17 18 sindelijcken niet behaghen en sal kunnen: doch ick acht meer de verstandige18
19 beroepingen als des Lof-tuyters oor-smeeckerije, die ghemeenlijcke der Sot-1920ten ghemoeden tot verwaande hoovardije, oft tot blintheyt, oft tot domheyt 21 der Harsenen vervoeren. Daeromme ghy Leser of Leserin oordeelt met 22 bescheydenheyt, leest met lust, verstaat, en onderscheyt wel de dinghen die22 23 tot vermaack der Borgery en tot voordeel der Armen, en tot ons Stads Eere 24 is ghemaackt, door uwen willigen
En toeghedaane G.A. Bredero.
't Kan verkeeren.