terug  begin  verderprepost
[p. 65]

+A.D. Koning-
Aen den Sin-rijcken Rijmer G.A. Bredero.
Sonnet.

 
Wanneer 'k ô Gerbrand sach dijn kloecke Rymerijen,
 
Soo aardich afgedeelt in vreuchderijcke stof,2
 
Vermocht ick ymmers niet t'ontstelen dijnen lof,3
 
Te meer dewijl 'k u Spel sach d'ruyme locht toewijen.4
5
Maaldy Homerus af, met u soet kosich vrijen?5
 
Of leert u Schilder Prins Appelles 'tgeschackier,6
 
Van woorties soet en rijck gepronckt op duyts manier,7
 
Door d'Harssen breyns vernuft, uyt Redens Poëzijen?8
 
Den Edlen Walachier beschrijfdy zijn elend.
10
Lucelles droeve staat ghy 't aardich maalt en prent,10
 
En hoe Carpony steets de reyne Min becommert.11
 
Vrient Bred'ro alsoo lang 'k u Redens-Rijmdicht las
 
Scheen ick gelijck vervoert op 't hoochste van Parnas,13
 
Al waar 'k u waardich hooft, met Lauwer sach belommert.14
 
 
 
blijft volstandich.-

+A 4 vo
-A.D. Koning*
Grote sierletter W; de tekst in cursief; opschrift en eigennamen in romein; zinspreuk romein, klein korps. - Dit sonnet ontbreekt in C E F. - 11 becommert. A becommert,
2aardich afgedeelt: bekwaam ingedeeld (of: vakkundig opgebouwd?).
3ymmers: volstrekt; ontstelen: onthouden.
4d'ruyme locht toewijen: in het licht geven.
5Maaldy af: ben je een evenbeeld van.
6geschackier: schikken.
7gepronckt: sierlijk.
8uyt Redens Poëzijen: door (of: behorende tot?) de hoge kunst van het taalgebruik (?).
10't aardich: heel mooi.
11becommert: tegenwerkt*.
13gelijck: als.
14belommert: bekranst (lett.: beschaduwd).
-Blijft volstandich: zinspreuk van Abraham de Koning.
prepostterug  begin  verder