Tekst in cursief; opschrift en eigennamen in romein; zinspreuk romein, klein korps. - Dit sonnet ontbreekt in E F, in C staat het op de laatste bladzij.
1Geesten: rederijkers; hier eerder: poëzieminnaars.
4spilt om 't gedacht te genesen: aan uw werk onttrekt ten einde uw hersenen te bevrijden.
5Catonis stemmich wesen: het ernstige gezicht van Cato maior.
6Demokrijt: Democritus, de Griekse natuurfilosoof (ca. 460-ca. 370 v.Chr.), gold als de lachende wijsgeer.
7Saturnus wraack: de vijandige eigenschappen van de god en vooral van de planeet Saturnus karakteriseren vader Carponny.
8Marcuri tongh gepresen: de prijzenswaardige welsprekendheid van Mercurius (de god die de rederijkers als de hunne beschouwden).
9magre haat: de haat, verbonden met afgunst (nijdich uit de volgende versregel), werd voorgesteld als een magere vrouwengestalte*.
12selfs: zelf; zyn harpe vreuchdich: zijn vreugde, genot, schenkende lier.
13Caliope: de muze der (epische en lyrische) poëzie.
-Qui-na Dieu, na rien: zinspreuk van Carel Quina*.