[p. 67]
tekstkritische noten
+
Klinck-dicht.
K Misprijs niet dat men sich begeeft om vreemde talen
1
Te leeren van jonx op met onverdroten pijn:
2
Maar houw ook so veel niet van Griex, Hebreeus, Latijn,
3
Dat ick juyst binnen haar al veel te nauwe palen
5
Den onbepaalden geest, die vryelijck wil dwalen
Door hemel, aarde, zee, en niet gebonden zyn,
Bepercken willen soud', o neen dat heeft geen schijn.
7
Hij kent den duytschen klerck so wel als alle
*
Walen
.
8
De
Brede roed
daar met hy ander landen meet,
9
10
Hy oock in't onse niet te bruycken en vergeet.
Waar van getuygen zijn de rymen wel besneden
11
Van
Brero
, die maar duytsch, of niet veel anders kan,
En nochtans niet en wijckt voor menich taal-rijck man,
13
In vinding, oordeel, stijl, leer-lieflijckheyt van reden.
14
lijdt en hoopt
.
-
+
A 5 r
o
Tekst in romein, de woorden
Walen, Brede roed
en de zinspreuk cursief;
Brero
klein kapitaal; de marginale noot in fractuur, klein korps. - Dit sonnet ontbreekt in
C E F. - 14 vinding, A vinding'
1
sich begeeft om Te:
gaat.
2
pijn:
inspanning.
3
houw van:
geef om, schat hoog.
7
heeft geen schijn:
is onaanvaardbaar.
*
Die van een ander taal zijn dan wij. Also seytmen, God is geen Waal, dat is, hij verstaat alle talen.
8
duytschen klerck:
Nederlandse schrijver zonder taalgeleerdheid. (Gebruikelijke uitdrukking voor: ongeleerd persoon.)
9
roed:
maatstok van landmeters.
11
wel besneden:
mooi (-gevormd).
13
taal-rijck:
veel talen kennende.
14
vinding:
conceptie
*
;
leer-lieflijckheyt:
bevalligheid in het didactische (?).
-
Lijdt en hoopt:
zinspreuk van Reinier Telle
*
.