terug  begin  verderprepost

X Bibliografische aantekeningen

Aan onze teksteditie ligt ten grondslag de vermoedelijk oudste druk van Moortje, die in 1617 verschenen is bij Cornelis Lodewijcksz. vander Plasse en die aangeduid wordt als A. Het titelblad is op blz. 107 gereproduceerd.

In het variantenapparaat, dat onmiddellijk onder de tekst wordt afgedrukt, is rekening gehouden met de volgende herdrukken:

A*bij Van der Plasse, 1620;
Bbij Pieter van Waesbergen, Rotterdam 1622;
Cbij Van der Plasse, 1633;
Dbij Van der Plasse, 1638.

De letters zijn eraan toegekend door Unger, in zijn bibliografie Brederoo (Amsterdam 1884), blz. 49-51, en in de Werken van Bredero (Amsterdam 1890), deel III, blz. 599.

De titelbladen van deze vier herdrukken vertonen overigens de volgende tekstverschillen, vergeleken met het hierachter afgebeelde:

‘En is Ghespeelt op de Oude Amstelredamsche Kamer’ ontbreekt in B, terwijl er in D aan toegevoegd is: ‘Ende op 't Scherm-school, Anno M.DC.XXXVII. Binnen Amstelredam.’ In A* volgt achter ‘Na-ghevolght’: ‘Op 't Woort: Ongesien kan geschien.’ Aan het slot van A maken een vinjet en drie regels druks duidelijk dat Paulus van Ravesteyn de drukker is.

De druk van 1617 bestaat uit elf katernen. Het eerste telt 12 bladzijden, de overige 8. In de volgende drukken is het eerste katern, dat het voorwerk bevat tot en met de ‘Namen der Spelende Personagien’, genormaliseerd tot 8 pagina's; hiertoe werden de lofdichten achter het stuk geplaatst.

De hierbij aangeboden editie geeft de eerste druk zo tekstgetrouw weer als in deze reeks gebruikelijk is. Opmerkelijk is, dat de herdrukken, alle na de dood

[p. 92]

van de dichter verschenen, niet alleen spellingvarianten en dergelijke opleveren, maar ook metrische rectificaties, zòals men die nogal eens in de tweede druk van Rodd'rick ende Alphonsus aantreft. In druk D van Moortje, de herdruk bestemd voor de verzamelbundel Alle de wercken ... van 1638, is zelfs een nieuwe passage van 66 verzen in de plaats gekomen van vzn. 2751-68; men vindt die hierachter op blz. 374-376.

Bij de Namen der spelende personagien is in A een correctie-op-de-pers te vinden: de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag (in deze editie gevolgd, plaatsnummer 853 G 6), de universiteitsbibliotheken in Amsterdam (461 F G4) en Gent (BL 6880) en de Bibliothèque Nationale in Parijs (YT. 817.12.177) hebben elk een exemplaar met de Vaders Makelaar; in het Leidse exemplaar (universiteitsbibliotheek, 1091 B 56, onvolledig) staat daar des Vaders Makelaar.

Waar een of meer woorden in de oorspronkelijke tekst uit een afwijkend lettertype gezet zijn, is in onze editie klein kapitaal gebezigd; alleen een wat langere passage in de Toe-eygening (blz. 110-111) is welstaanshalve gecursiveerd. Verder zijn, evenals in de andere delen van deze reeks, de volgende regels in acht genomen:

I en J, in de gotische of Oudhollandse druk (of fractuurletter) identiek, worden volgens het huidige gebruik onderscheiden, U en V eveneens.

De ronde r en lange s worden niet van de normale r en s onderscheiden.

De schuine streep (of duitse komma) wordt weergegeven door een gewone komma, behalve waar hij, verdubbeld, speciale rijmen aangeeft.

Namen van sprekende personen worden als in de oude druk klein kapitaal gezet, maar gespeld zoals in de Namen der spelende personagien en niet, zoals meestal in de oude druk, afgekort; ook niet, zoals daar, in de marge, maar tussen de versregels in geplaatst.

Toneelaanwijzingen, met inbegrip van die eigennamen die niet de sprekende persoon aankondigen, worden gecursiveerd. (De oude druk bezigt daar cursief, maar voor alle eigennamen klein kapitaal.)

In de tekstverklaringen, die in twee kolommen onder aan de bladzijden staan, verwijst een asterisk naar een uitvoeriger verklaring achterin.

prepostterug  begin  verder