[p. 52]
tekstkritische noten
Klinck-dicht
Ghelijck een Arent hooch doorsweeft des Hemels tenten,
1
En door zijn scharp gesicht beoocht de lage aart,
Zo sweeft u vlugge geest (o
Bredero
) vermaart,
Wiens scharp verstandt uytbeeldt het dichtsel van u prenten.
4
5
De zuyverheyt van spraack ghy hebt ghesocht te enten
Door vloeyend' soete rijm in ons Neerduytsche taal,
En gheeft ons 'trechte spoor van reden wickincx schaal,
7
Waar door ghy onsterflijck blijft bloeyend' in u lenten.
De waarheyt van deez' zaack, de stomme sal't u segghen,
10
Doorleest en wel herknaut, het werck zijn meester prijst,
Ghy vint de nutticheyt die uyt zijn spreucke rijst.
11
Zo dat het
Plautus
zelf niet beter kon uytleggen:
Dies kan geen traghe tong de roem van deez' Poeet
Na waart wtspreken 'tloon, 'tgheen aan hem is besteet.
T. Hartoch
Yvert na 'trecht
.
-
Bl. ⁂ 2v
o
; in vs. 1 sierletter G; in de vzn. 3 en 12 een naam in romein
.
1
des Hemels tenten:
gewone omschrijving in bijbels gekleurde taal.
4
het dichtsel van u prenten:
de verdichtselen die gij hebt laten drukken(?)
7
reden wickincx:
van het oordeelkundig overleg (term van
Spiegel
; zie WNT XII, derde stuk, kol. 848).
11
uyt zijn spreucke:
uit Bredero's zinspreuk ‘'t kan verkeren’.
-
Over de auteur T. Hartoch is niets bekend. Een vrij uitvoerig gedicht van hem vindt men onder de
Lijck-dichten
op Bredero; zie
Memoriaal
bl. 180-181.