terug  begin  verderprepost
[p. 55]

Sonnet

 
Om kryghen eenen naam onsterflijck, ziin veel vvegen,
 
Den een aanvaardende d' oeff'ning van 't blauvve staal,
 
En d'ander raakter toe door vvelsprekende taal:
 
Maar Breedro die heefts' op and're vvijs verkreghen.
 
 
5
So yemant vraacht vvaar door? door natuurs milde zegen,
 
Door d'aardt der Poësi, gheprent vast in ziin gheest.
 
Zo ghy my niet ghelooft, komt hier, komt hier en leest
 
De defticheyt, om boert en is hy niet verleghen.8
 
 
 
Ziet hier gheevenaart tvvee Princesjes in schoonheyt,
10
Die alle beyd' verzot ziin op een Keysers kindt,
 
Onkunbaar, die ziin tong met riip berading bindt.11
 
 
 
Ziet den Phrigesen Vorst, in vviens ghemoet ten toon leyt
 
De beeltenis ziins Liefs, vvat hy om haar bestaat.13
 
De doot heeft haar, rooft hem: Natuurs pronck hy niet laat.14

I.I. Scheepmaker.

[p. 56]
 
Van vreuchde singt met Zege-heer,
 
Die zich stom veynsend' spraack krijcht weer
 
En des Schryvers gheest bromt uyt.-
 
O Aerdighe! te wreet verwoet,-
5
Dat ghy hem, die u leven doet,
 
By u in't graf wel vast besluyt.

I.I. Scheepmaker.-

Bl. [⁂ 3] vo], geheel in romein, met in de vzn. 3, 12 en 14 enkele woorden cursief; in vs. 1 grotere initiaal O.
8defticheyt: ernst, deugdzaamheid.
11Onkunbaar: onbekend, van wie niets bekend is.
13bestaat: beproeft, onderneemt.
14laat: laat vrij, ontziet.
Geheel in cursief afgedrukt onder het voorgaande sonnet.
-bromt uyt: uitgalmt; voordraagt.
-te wreet verwoet enz.: op zo wrede wijze woedend, dat gij de dichter aan wie gij uw leven te danken hebt, nu onwrikbaar vasthoudt in uw graf.
-I.I. Scheepmaker: dit zal stellig dezelfde zijn als de Joachim Jansz Scheepmaker die in Van Dillen, Bedrijfsleven v. Amst. 2, no 961 [1624] en 990 [1625] genoemd wordt als koopman; in eerstgen. akte legt de vader van Bredero, dan ± 66 jaar oud, een verklaring af. Zie ook Memoriaal bl. 181 en 241.
prepostterug  begin  verder