[p. 58]
tekstkritische noten
Vierling aan den lezer
-
Den Dichter van dit Spel die kon noch veur zijn doodt
Een stommen Ridder braaf voor elck een sprekend' maken.
Zo haast wast niet beschikt, of hy quam zelf in noodt,
3
En most al stommeling de wreede Doodt hier smaken.
4
C. Biestkens
.
-
Te volghen ick begheer:
Maar zeght,
Wie weet wanneer?
-
Vierling:
kwatrijn.
In kleiner corps afgedrukt onder het vorige sonnet; in vs. 1 grotere initiaal D
.
3
haast:
gauw;
beschikt:
gereedgemaakt, voltooid.
4
al stommeling:
stom, tot zwijgen gebracht.
-
C. Biestkens:
schrijver van drie kluchten van Klaas Kloet (1619); zie over hem
N. Ned. Biogr. Wdb.
dl. VII, en
G.R.W. Dibbets
in zijn uitgave van
Claas Kloet
(Zutphen z.j.).