Dat ick de hooghe deucht die ghy aan my bethoonde,
Niet met erkenninghe van danckbaarheyt beloonde,
Hoe wel zy met mijn macht niet te verghelden is,
Zoo bid ick, neemt van my tot een ghedachtenis
Van uwe weldaat groot, vier hondert hackeneyen,1244
1245
En duysent wapens schoon, en zeventhien galleyen,1245
En vijfenveertich kleen van de Chineesche kunst,1246
Neemt die tot tuyghen van mijn onvermoghen gunst.1247
Ick bid u vriendelijck, indien ick't mach begheeren,
En wilt dees gaven kleyn toch niet te rugghe keeren.1249
keyzer
1250
Den helt is te beleeft om u te weyg'ren die,
Ghelooft dat ick mijn lust aan u verlossing zie.1251
Verheughde Brademant, ick ben zo vol vernoeghen,
Komt gaan wy ons tot vreught en alle blijdtschap voeghen.
-'t Eerste wtkomen: hoewel de term wtkomen hier wel scène, toneel, zal betekenen, ontbreekt verderop iedere aanduiding van het tweede, het derde toneel enz.
971 Machumet D, E, G Mahomet - 972 ben. Hoe A (en volg.) ben / hoe; Turkeye E Turckerye - 976 komma achter oorlogh volgens G - 979 komma's volgens G - 979 bry A bry / - 980 daghelijcx B, C, G daegh'lijcks; D, E daegh'lijcx - 982 weeuwen manneloos, A weeuwen / manneloos - 985; volgens G
986't Geluck enz.: de Fortuin is veranderlijk, daarom vraag ik haar niets, stel ik haar niet op de proef.
toneelaanwijzing in G: Den Moorschen Ridder, met twee Schiltknapen, uyt. - 989 komma achter Bran dement volgens G - 993 / achter bewaren weggelaten volgens G - 994 Koninghlijck B Konincklijck; C, D, E, G Koninghlycks - 997, 998 komma achter wapens, resp. Vorst volgens G - 1003 Ethophier, E, G Ethopiter - 1004 komma achter meer volgens G - 1010 aldaar A aldaar /
987Alder-vermaarste enz.: hier begint het tweede toneel van het derde bedrijf.
1002den Moor: na deze eerste naam wordt de reeks onderbroken door zo blanck, zo gheel als swart, dat terugwijst op ghesanten (vs. 1000) of misschien vooruitwijst naar de volkeren, genoemd in vs. 1003.
1008Waarom: en daarom heeft; de zinsconstructie is eerst die van een bijzin, maar deze wordt in vs. 1012 hervat en voortgezet als hoofdzin; jonghe en weelighe: in het volksboek is zij een jonge weduwe.
1011 orgentaalsche D, E, G orientaelsche - 1022 verzoeck, volgens E en G; in A-D verzoeckt - 1026 / achter niet weggelaten volgens G - 1028 komma achter ziet volgens G - 1030 haar ontbreekt in A - 1032; achter was volgens G - 1033 komma achter loofden volgens G - 1035 slotpunt volgens G
1027houw'lijcksche voorwaard': hier blijkbaar in de zin van: voorwaarde dat er een huwelijk van komen zou; de tegenwoordige juridische bet. was destijds wel in gebruik (zie WNT VI kolom 1347), maar kan hier niet bedoeld zijn.
1040 komma achter staat volgens E en G; in A kommapunt - 1041 slotpunt volgens E - 1043 komma achter besweert volgens G - 1044 akelick volgens B-E; in A: akelicx; G akeligh - 1047 interpunctie volgens G - 1052 zijn A zhn - 1055 troutste D, E trouste - 1058 interpunctie volgens G
1041Haar onghelijck: het haar aangedane onrecht; ten wille: naar haar wens.
1043en vloeckt afgrijsselijcke doon: en waarover hij vervloekingen uitspreekt die een afgrijselijke dood teweegbrengen.
1044de schimmen enz. in vs. 1044-45 zijn wsch. tezamen object bij besweert in vs. 1043, terwijl op dit alles ook die terugwijst dat subject is bij vielen (zich neerwierpen) in 1045.
1069 slotpunt voor / - 1072 heen B-G uyt - 1073: volgens G - 1075 dat volgens G; in A-C: de - 1078: volgens G - 1079 komma achter Heeren volgens G - 1082? volgens G - 1087: volgens G
1091 slotpunt volgens G - 1093 komma volgens G - 1094 / achter vant weggelaten volgens G - 1096 komma achter oorzaack volgens G - 1101 : ingevoegd - 1104 mensch in volgens E; in A menschen - 1105 en 1106 interpunctie volgens G - 1108 de gheen G die geen - 1109 / achter reden weggelaten volgens G
1091zijn volck te haten staan: zijn hele volk gehaat moet worden.
1110beweeghelijck verdoort: met aandoenlijke woorden misleidt.
1114 daghelijcx B, C dagh'lijcks; D, E, G daegh'lijcks -1121 slotpunt voor / - 1122 / achter hof weggelaten volgens G - 1126 die A-E die 't - 1130 gheroost volgens B-E; in A: gherooft; G. ghetroost - 1131 komma in pl. van punt
1113de trouw die hy ... dede: de trouwbelofte die hij als een eed aflegde.
1130niest: met prothetische n (uit een of den iest) voor eest, droogvloer.
1140 komma na buyght volgens G - 1141 voor B-G van - 1142 komma achter Heere volgens G - 1147 uitroepteken voor / - 1150 uitroepteken volgens G en ook / aan het eind weggelaten - 1151 komma achter lyden volgens G - 1153 slotkomma volgens G - 1155 Met ontbr. in B, D, E, G - 1156 Ende B-G En
1136magneete: als een magneet werkende, aantrekkende.
1137de ziel van al zijn kracht: de allerwezenlijkste kracht; onthalen: onttrekken, afnemen.
1150brengdy niet tot niet: vernietigt gij niet, maakt gij geen eind aan.
1152troosten: helpen, genezen; maar: alleen maar, slechts.
1159 ghepist A ghepost; ziemen E, G sietmen - 1163: volgens G - 1167 ontfing volgens C-G; in A en B: ontging - 1168 komma achter deucht volgens G - 1169 / na ghewissen weggelaten volgens G - 1171 komma na bedt volgens G - 1172 noyt bedreef volgens B-G; in A: noyt beminde / bedreef - 1177-80 interpunctie volgens G
1181Hy kackt de kooten uyt: het breekt hem lelijk op; hy het lever egeten: hij heeft zich misdragen, heeft geknoeid; vgl. WNT VIII, kolom 1817.
1182Hoe dick is hy om zijn kop: wat een opgezet (rood) hoofd krijgt hij (van schaamte); of: wat een domoor!; vgl. WNT III, tweede stuk, kolom 2614: een dik hoofd ‘als kenmerk van domheid’.
1183Datser goet veur: net goed! (?); Melis malmongt enz.: hier wendt Amoureusje zich tot het publiek.
1184ouwe testements aansicht: gelaat dat op het Oude Testament lijkt; slaat dit op het joodse; of op het gestrenge van Jehova? Wschl. zoveel als uitgestreken gezicht.
1192giet-looghens: die leugens ‘giet’, in elkaar zet; ghekrabbel: misschien moet men met ed. Unger gebrabbel lezen.
1195of zy hebben hayr op haar tong: ze zijn voor geen kleintje vervaard.*
1196 komma na Hemels volgens G - 1199 mijn B-G my - 1204 komma's volgens G - 1209 blakerende A-C blaker ende; slotpunt volgens G - 1204 moog'lijck E mogelijck - 1214 pannekoeck volgens E; A-D; panneboeck; seer E seker, G seecker
1208moeyt my: doet mij leed. Palmerijn spreekt deze verzen blijkbaar in een terzijde, of toelopend op Brademant, zo dat de andere aanwezigen hem niet horen.
1213deur de kroon: door hetgeen ik met de brandende kroon doe.
1215feckzeert: eig. mishandelt (het); hier zoveel als: hoe speelt hij dat zo klaar; my: dativus ethicus.
1218 interpunctie volgens G - toneelaanwijzing na 1224: en doet hem sitten, staan ontbr. in E en G - 1225 interpunctie volgens G - 1227 By myn E, G Daer mijn; dierbaarheen volgens E en G; in A dierbaren - 1231 onsterflijck B-G onsterffelijck; / na gheeert weggelaten