terug  begin  verderprepost
[p. 135]

26 Invloed van de l op het vocalisme

Schema



illustratie
D = dentaal
1 = i-Umlaut


In het Onl. ontwikkelde de combinatie ŏlD zich, door vocalisering van de l tot ŭ, tot ouD, dus met de diftong ou (in het Westvlaams vinden we echter een u-klank; zie 24.1). Deze ŏlD-verbinding kan al in het Owgm. bestaan hebben, ze kan zich pas in het Onl. uit ŭlD ontwikkeld hebben (zie 16.2), ze kan tenslotte in een bepaald stadium van het Onl. onder invloed van de donkere, ŭ-achtige l uit ălD ontstaan zijn.

In het Duits vinden we deze ontwikkelingen niet; daar vinden we resp. nog ŏlD (1a), ŭlD (1b) en ălD (2). Voorbeelden (het Got. is op het punt van ŭ en ŏ niet representatief voor het Ggm.!):

1a(got. gulþs (ă-stam)) ndl. goud hgd. Gold
1b( skulds) mnl. schout ‘schuld’ Schuld
2( salt) ndl. zout Salz

Bij verwante vormen moeten we rekening houden met i-Umlaut: vgl. (ver)-gulden uit ggm. *gŭldjăn bij goud en zilt via owgm. *sĕltĭ- uit ggm. *săltĭ-. In zilt is door een secundaire ontwikkeling (vgl. 15.3) de Umlauts-ĕ een ĭ geworden.

In het NO vinden we nog de olD-verbinding: vgl. Oldebroek, Oldehove (Leeuwarden), Woldberg (o.a. op de noordelijke Veluwe), Oosterwolde. Zie verder kaart 4. In het ZO is op de een of andere manier het onderscheid tussen ălD en ŏlD bewaard gebleven: vgl. Maastrichts kaajd ‘koud’ (du.

[p. 136]

kalt) en goud ‘goud’ (du. Gold). Komt in het Standaardndl. de verbinding ălD of ŏlD voor, dan hebben we vaak te doen met leenwoorden uit het Latijn, Duits of Frans. Voorbeelden: uit het Latijn: aldaar naast de oude ontlening outer, psalter naast id. souter; uit het Duits: aanstalten, gestalte, gehalte, waldhoorn, folteren; uit het Frans: halte, soldaat naast ouder soudenier.

Een verbinding ălD of ŏlD in het Mnl. of Nnl. kan ook het gevolg zijn van analogie: vgl. mnl. ghelden - ghalt (praet. sg.) i.p.v. het klankwettige ghelden - ghout, mod. ndl. gelden - gold - golden - gegolden i.p.v. klankwettig gelden - gout - gouden - gegouden. Ter verklaring van de mnl. doubletten ghewout/ghewelt en onschout/onschult moeten we uitgaan van verschillende vormen binnen één paradigma. Ghewout is ontstaan uit owgm. *gĭwăld (nom., acc. sg.); ghewelt uit owgm. *gĭwăldĭ (gen., dat. sg.), een vorm waarbij i-Umlaut optreedt; schout is ontstaan uit owgm. *skŭlt (nom., acc. sg.); schult uit owgm. *skŭldi (gen., dat. sg.) door i-Umlaut. Beide woorden zijn oude i-stammen en in beide gevallen heeft anders dan in het Duits (Schuld, Gewalt) de vorm met de Umlautsvocaal het gewonnen.

prepostterug  begin  verder