De invloed van de r op (vooral) de voorafgaande vocaal is een lastig en ingewikkeld onderdeel van de historische grammatica. We noemen hier slechts enkele punten; diepgaande bestudering van het onderwerp maakt duidelijk hoe verschillend de situatie kan zijn naar streek, periode en op de r volgende consonant, ook hoe moeilijk het is uit spellingen mogelijke klankwaarden af te leiden.
N.B. Bij de volgende voorbeelden moet men bedenken dat het Got. op het punt van ĭ/ĕ en ŭ/ŏ niet representatief is voor het Ggm. en het Owgm.
| 1. | owgm. ĭ + r + consonant > onl. ĕ + r + cons. (vocaal wordt meer open):
|
OPM. Vergelijk ook mnl. derst ‘dorst’ uit onl. *dĭrst met ĭ als ingweoonse ontronding van Umlauts-œ̆ (zie 25.2); got. equivalent: þaúrstei.
| 2a. | owgm. ĕ + r + consonant is behouden in:
|
||||||||||||||||||||||||
| 2b. | owgm. ĕ + r + consonant > onl. ē + r + consonant (rekking):
|
||||||||||||||||||||||||
| 2c. | owgm. ĕ + r + (vooral) dentaal > onl. ă + r + dentaal (in het Mnl. vooral in vlaamse teksten) (vocaal wordt meer open en depalataliseert):
|
||||||||||||||||||||||||
| 2d. | owgm. ĕ + r + (vooral) dentaal) > onl. ā + r + dentaal (vocaal wordt meer open, depalataliseert en wordt bovendien gerekt): |
|
(Vgl. ook mnl. en nnl. baren, mnl. taren, begaren naast mnl. beren, mnl. en nnl. teren, begeren; got. baíran, -taíran, osa. geron.)
| 3a. | owgm. ă + r + consonant (vooral dentaal) is behouden in:
|
||||||||||||||||||||||||
| 3b. | owgm. ă + r + (vocaal) dentaal > onl. ā + r + (rekking):
|
||||||||||||||||||||||||
| 3c. | owgm. ă + r + (vooral) labiaal of velair > onl. ĕ + r + labiaal of velair (in het Mnl. vooral brabants) (vocaal wordt minder open en palataliseert):
|
||||||||||||||||||||||||
| 4a. | owgm. ŏ + r + dentaal is behouden in:
|
||||||||||||||||||||||||
| 4b. | owgm. ŏ + r + (vooral) dentaal > onl. ō + r + dentaal (rekking):
|
||||||||||||||||||||||||
| 5a. | owgm. ŭ + r + consonant > onl. ŏ + r + cons. (conform de in 16.2 besproken ontwikkeling):
|
||||||||||||||||||||||||
| 5b. | owgm. ŭ + r + (vooral) labiaal of velair > onl. œ̆ + r labiaal of velair (palatalisatie): |
|
Samengevat: we constateren onder invloed van de r ten eerste vaak rekking (vooral vóór r + dentaal); ten tweede vaak een meer open worden van de vocaal, gepaard gaande met depalatalisatie, in het bijzonder weer vóór r + dentaal; ten derde een meer gesloten worden + palatalisatie of alleen palatalisatie, vooral vóór r + labiaal of velair.
OPM. 1. In plaats van in het Onl. kunnen sommige ontwikkelingen misschien beter in het Mnl. geplaatst worden.
OPM. 2. Vóór de r vindt geen diftongering plaats van ī tot ei en van uu tot ui (zie 19.2, 22.1 en 23.1).
OPM. 3. Westvlaams is de ontwikkeling van uu tot ōē vóór r; zie hiervoor 23.3.
OPM. 4. Lange vocalen behouden vóór r hun lengte: vgl. maar naast maal etc. ‘Verkleuring’ treedt op bij ē, ō en ø̄: vgl. beer met beek, beur met beuk en boor met boot.