terug  begin  verderprepost
[p. 137]

27 Invloed van de r op het vocalisme

De invloed van de r op (vooral) de voorafgaande vocaal is een lastig en ingewikkeld onderdeel van de historische grammatica. We noemen hier slechts enkele punten; diepgaande bestudering van het onderwerp maakt duidelijk hoe verschillend de situatie kan zijn naar streek, periode en op de r volgende consonant, ook hoe moeilijk het is uit spellingen mogelijke klankwaarden af te leiden.

N.B. Bij de volgende voorbeelden moet men bedenken dat het Got. op het punt van ĭ/ĕ en ŭ/ŏ niet representatief is voor het Ggm. en het Owgm.

1.owgm. ĭ + r + consonant > onl. ĕ + r + cons. (vocaal wordt meer open):
got. haírdeis - du. Hirt - ndl. herder
    -   wirken -   werken

OPM. Vergelijk ook mnl. derst ‘dorst’ uit onl. *dĭrst met ĭ als ingweoonse ontronding van Umlauts-œ̆ (zie 25.2); got. equivalent: þaúrstei.

2a.owgm. ĕ + r + consonant is behouden in:
got. faírzna - du. Ferse - ndl. verzenen (plur.)
  waírpan     werfen     werpen
  baírgahei     Berg     berg
2b.owgm. ĕ + r + consonant > onl. ē + r + consonant (rekking):
got. -qaírnus - osa. querna - ndl. kweern ‘handmolen’
2c.owgm. ĕ + r + (vooral) dentaal > onl. ă + r + dentaal (in het Mnl. vooral in vlaamse teksten) (vocaal wordt meer open en depalataliseert):
got. haírto - du. Herz - ndl. hart
2d.owgm. ĕ + r + (vooral) dentaal) > onl. ā + r + dentaal (vocaal wordt meer open, depalataliseert en wordt bovendien gerekt):
[p. 138]
got. -gaírns - du. gerne - ndl. gaarne
  aírþa     Erde     aarde

(Vgl. ook mnl. en nnl. baren, mnl. taren, begaren naast mnl. beren, mnl. en nnl. teren, begeren; got. baíran, -taíran, osa. geron.)

3a.owgm. ă + r + consonant (vooral dentaal) is behouden in:
got. hardus - du. hart - ndl. hard
  arms -   arm -   arm
  marka -   Mark -   mark
3b.owgm. ă + r + (vocaal) dentaal > onl. ā + r + (rekking):
got. gards - du. Garten - ndl. gaarde
3c.owgm. ă + r + (vooral) labiaal of velair > onl. ĕ + r + labiaal of velair (in het Mnl. vooral brabants) (vocaal wordt minder open en palataliseert):
got. þarban - du. darben - ndl. derven
        stark     sterk
4a.owgm. ŏ + r + dentaal is behouden in:
got. haúrn - du. Horn - ndl. -horn (in plaatsnamen; vgl. hoorn met rekking).
4b.owgm. ŏ + r + (vooral) dentaal > onl. ō + r + dentaal (rekking):
got. waúrd - du. Wort - ndl. woord
5a.owgm. ŭ + r + consonant > onl. ŏ + r + cons. (conform de in 16.2 besproken ontwikkeling):
du. Durst - ndl. dorst
(beide zonder Umlaut; vgl. daarmee de sub. 1 OPM. besproken vorm mèt Umlautsfactor).
5b.owgm. ŭ + r + (vooral) labiaal of velair > onl. œ̆ + r labiaal of velair (palatalisatie):
[p. 139]
got. waúrms - du. Wurm - ndl. wurm (waarnaast volgens 5a worm).
Vgl. ook snurken naast snorken, slurpen naast slorpen etc.

Samengevat: we constateren onder invloed van de r ten eerste vaak rekking (vooral vóór r + dentaal); ten tweede vaak een meer open worden van de vocaal, gepaard gaande met depalatalisatie, in het bijzonder weer vóór r + dentaal; ten derde een meer gesloten worden + palatalisatie of alleen palatalisatie, vooral vóór r + labiaal of velair.

OPM. 1. In plaats van in het Onl. kunnen sommige ontwikkelingen misschien beter in het Mnl. geplaatst worden.

OPM. 2. Vóór de r vindt geen diftongering plaats van ī tot ei en van uu tot ui (zie 19.2, 22.1 en 23.1).

OPM. 3. Westvlaams is de ontwikkeling van uu tot ōē vóór r; zie hiervoor 23.3.

OPM. 4. Lange vocalen behouden vóór r hun lengte: vgl. maar naast maal etc. ‘Verkleuring’ treedt op bij ē, ō en ø̄: vgl. beer met beek, beur met beuk en boor met boot.

prepostterug  begin  verder