terug  begin  verder
[p. 1]

Inleiding.

Ik deed het voorstel aan mijne familie, om voor ons de belangen in de kolonie Suriname op te gaan nemen.

De West-Indische bezittingen in die kolonie leverden vroeger buitensporige, en ook nog zeer goede interesten op. Die middelen heeft, om te leven buiten die inkomsten, kan er gerust op zijn, dat zijn geld voordeelig uitgezet is, zelfs al is hij eigenaar van eene middelmatige plantaadje. Doch daar die hooge interesten zeer ongelijk jaarlijks inkomen, zoo zijn dezelve juist gevaarlijk voor eigenaars van plantaadjes, die daarvan geheel leven moeten; deze letten niet altijd op, om in jaren van goede inkomsten op te leggen, ten einde wat te hebben voor de jaren, dat er geringe of geene inkomsten ontvangen worden door misgewas, groote vertimmeringen of vele andere omstandigheden. Ja, wat nog erger is, zij nemen in een jaar van weinig inkomsten gelden op, om den hoogen stand of dat dure fatsoen te bewaren, en steken zich daartoe niet zelden in schulden.

Alzoo mijne familie altijd de tering naar de nering had gezet, waren er nimmer gelden van de plantaadjes ontvangen, vóór dat al het verschuldigde van dat jaar was afbetaald.

[p. 2]

Ik begreep dus die reis met vrucht te zullen kunnen doen, daar wij vermeenden, dat de belangen in de kolonie niet goed behartigd werden.

Binnen korten tijd was ik reeds aan boord, en kwam dus geheel onverwacht in de kolonie aan; ik vond alles, zoo als ik gewenscht had, namelijk, zonder voorloopige oogverblindende schikkingen, en kon daardoor beter over dezelve oordeelen. Dit oordeel heb ik dan ook met eenen, volgens het zeggen van kolonisten, vrij goeden uitslag kunnen laten werken; - door mij is daarvan opgemaakt, bij mijne terugkomst naar het Vaderland, eene vertrouwelijk geschrevene verhandeling over Surinaamsche bezittingen, zeer dienstig voor eigenaren van plantaadjes in de West-Indiën; waaruit men zien kan, dat het, in het algemeen, den eigenaar in het Moederland is aan te raden, zelf eene reis naar de kolonie te doen, om met eigene oogen te zien. Met gezond verstand en een weinig overleg ziet men dan wel, hoe de vork in den steel zit, al heeft men ook geene grondige kennis van zaken. Men stelle zich slechts tot regel: alles aan te hooren, weinig te spreken, en acht te geven op de verschillende drijfveêren, welke de menschen in Suriname, maar ook vooral in Holland, doen handelen.

Doch daar die verhandeling voornamelijk over zaken handelt, en dus minder aanteekeningen van mijne reis heen en terug en van mijn verblijf in die kolonie, met het geringe merkwaardige daarbij voorgevallen, bevat, zoo wil ik deze afzonderlijke aanteekening daarvan tot mijne herinnering opmaken.

terug  begin  verder