terug  begin  verderprepost

3

WelEdele Heer!

Saturdag jl. na mijne terugkomst uit Gent5, had ik de eer U te schrijven met verzoek, om de proef van mijne bijdrage aan mij alhier (Utrecht) te bezorgen en tevens om mij genoegen te doen en de som van ƒ 30 als honor. van die bijdrage tevens naar hier op te zenden. Tot heden (Woensdag 4 uren) vernam ik niets van U. De proef moet toch gekorrigeerd worden, ik heb dit met van Westhreene6 afgesproken, daar hij nog eene poos uit den Haag bleef. Wees zoo goed mij in te lichten hoe het nu gaan moet? Ik blijf tot op Zondag morgen 12 uren te Utrecht (adres Neude) Aangenaam zou het mij zijn zoo U mij de

[p. 19]

dienst wilde doen wat proef en honorarium betreft, daar zulks mij voor mijn vertrek van hier allerwenschelijkst is.

Ik hoop, dat deze U nog tijdig zal geworden, om de zaak in orde te brengen Geloof mij met de meeste hoogachting

 

Uw dienstvaardigen
Jan ten Brink

Utrecht

27. Aug. 67

P.S. Ik heb quitantie gegeven aan de keerzijde van mijn vorigen brief.

5Ten Brink had het 9de Nederlandsche Taal- en Letterkundige Congres te Gent bezocht. Zie zijn verslag hierover in Nederland 1867, III, blz. 134-167. De taal- en letterkundige congressen hebben, toen de herinnering aan de Belgische opstand wat verflauwd was, veel tot de toenadering van Nederland en Vlaanderen bijgedragen. Het eerste congres kwam in 1849 te Gent bijeen.
6T. van Westrheene Wzn. was redacteur van Nederland van 1867-1869. BA
prepostterug  begin  verder