terug  begin  verderprepost
[p. 31]

Blijkbaar heeft Loman, terwijl hij gevolg gaf aan Ten Brinks verzoek om een voorschot, zich tegelijkertijd beklaagd over het feit, dat Ten Brink zich meer met de Franse dan met de Nederlandse letteren bezig hield. Dit en het feit, dat Ten Brink te veel plaats vroeg voor eigen bijdragen, leidde nog wel eens tot moeilijkheden tussen uitgever en redacteur. Uit Ten Brinks antwoord zou men opmaken, dat Loman hem in overweging gegeven heeft liever iets van Zola te vertalen.

20

Amice!

Van gantscher harte dank ik u voor uwe bereidwilligheid. Daar gij het vergunt zal ik op de gewone wijze trekken. Ik ben hier ten zeerste mee gebaat.46

Uwe opmerking over het fransche karakter mijner studiën is juist, maar in Nederland heeft Stellwagen over Huet, Winkler Prins over Potgieter, Berkenhof over Beets geschreven - ons tijdschrift is wel degelijk aan de vaderlandsche letteren gunstig - denk maar aan Loffelt, die voorleden jaar de dordtsche Tesselscha, aan Multatuli door Aart Admiraal.47 Thands ben ik met mijne fransche stof gereed - kan ik moeilijk dit alles laten liggen. Ik zal weldra misschien weder tot onze letteren terugkeeren, daar ik Ridder Rodenburgh koos.48

Van Zola zou kunnen vertaald worden: Le Ventre de Paris - maar het is erg moeilijk werk.49

Het stuk van den heer Mijers (Jakoba) is in de nog komende afl. (1 Maart) begonnen, ik heb er u de kopij van gezonden. Thands zend ik het vervolg. Is er te veel, dan kan Stricker wachten. Gerard J. Spoor woont te Rotterdam, heb de goedheid hem de afdrukken te adresseeren.

Nogmaals vriendelijk dank voor uwe hulp. Van gantscher harte

tt.
Jan ten Brink

27 Febr. 77. den Haag.

46Dit slaat dus wel op het in de vorige brief gevraagde voorschot.
47De door Ten Brink opgesomde bijdragen zijn de volgende:
A.W. Stellwagen, Conrad Busken Huet, jg. 1877, I, blz. 182-216.
J. Winkler Prins, Studiën over Potgieter, jg. 1876, I, blz. 170-184, 379-398; II, blz. 41-56 en III, blz. 69-90.
H.L. Berckenhoff, Nicolaas Beets, jg. 1876, II, blz. 159-198. BA
A.C. Loffelt, Een hollandsche juffer in de zeventiende eeuw (d.i. Margaretha Godewijck, 1627-'77), jg. 1876, III, blz. 91-116. BA
Aart Admiraal, Multatuli, jg. 1876, I, blz. 39-56, 185-203, 399-415 en II, blz. 278-311, 407-432.
48Theodore Rodenburg, diplomaat en schrijver van vele toneelstukken, is niet in een afzonderlijk artikel door Jan ten Brink behandeld. Hij was door zijn studies over Bredero natuurlijk met Rodenburg vertrouwd. BA
49Le ventre de Paris is een van Zola's bekendste romans, verschenen in 1873.
prepostterug  begin  verder