Men krijgt uit deze brief de indruk, dat de verhouding tussen Ten Brink en Loman aan het verkoelen is. Het gewone ‘Van harte’ bij de ondertekening maakte in de brief van de eerste Pinksterdag al plaats voor ‘Hoogachtend’, terwijl dit laatste hier zelfs ontbreekt. Uit het korzelige antwoord van Ten Brink over het geval Steinmetz kan men opmaken, dat Loman een ver-
wonderde vraag had gesteld, uit het wèl opnemen van de novelle, dat Loman tegen Ten Brinks wens in ging. Ook bij hetgeen Ten Brink over prof. Jorissens artikel zegt beluistert men geprikkeldheid, dat buiten de redactie om gehandeld was.
Amice!
| 1o | Hierbij mijn stuk over Zola. Laat het s.v.pl. ten spoedigste zetten, opdat het goed kan gekorrigeerd worden.60 |
| 2o | Met ongeduld zie ik naar de afdrukken uit van het eerste artikel. Ik heb mij daaromtrent beleefdelijk aanbevolen - Kost het iets, ik ben bereid te vergoeden. |
| 3o | Dit tweede artikel bedraagt ± 2 vel. Mij ware het aangenaam zoo gij mij per briefkaart wildet autorizeeren over het honorarium groot ƒ. 80 te disponeeren. |
| 4o | De poezie van den heer Steinmetz is onbruikbaar.61
Gij begrijpt, dat ik den tijd niet kan vinden om de steeds toenemende inzenders van beteekenlooze stukken op ieder punt te woord te staan. |
| 5o | Van Prof. Jorissen kan onmogelijk met 1e Juli een stuk worden opgenomen. Reeds is de inhoud vastgesteld.62
Ook gaat het niet aan een stuk op te nemen, dat niet eens aan de Redaktie is ter inzage gezonden. Eerst daarna kan beslist, of Nederland de bijdrage wil gebruiken. Moet ik hem daarover nog schrijven? Wilt gij met ZEd spreken? |
| 6o | De jonge Ten Kate krijgt het gewone honorarium ƒ 16 per vel druks, anders niet.63 De rest van zijn stuk was bij mij blijven liggen. Dit heb ik hem ter hand gesteld. |
| 7o | Wees zoo goed vooral te zorgen dat het vers v. Schimmel goed worde gekorrigeerd. |
Nog aanbevelend voor eenig antwoord op de aangevoerde punten
Uw dienstv
Jan ten Brink
14 Juni 77.
d. Hg