terug  begin  verderprepost
[p. 46]

34

Amice!

Dank voor uw vriendelijk en zakelijk antwoord.

Hierbij een allerliefst vers van De Rop. Ter uitvaart der Koningin. Zou dit niet tegelijk met Schimmel kunnen verschijnen? Het geldt hier louter de begrafenis. Ik zie er geen bezwaar in, dat twee dichters over den dood en de uitvaart d.K. tegelijk aan het woord zijn. Vooral, omdat beide, waarschijnlijk zeer goed zijn.64 Zou Schimmel er bezwaar in hebben? Dan natuurlijk houd ik er niet op aan - anders ware mij aangenaam dat beide tegelijk verschenen. Handel dus s.v.pl. naar bevind van zaken.

Ik ontving reeds de afdrukken - waarvoor ik vriendelijk dank zeg. De aflevering van Juni is zeer gelukkig. De novelle van Kleine65 is zeer gunstig opgenomen door den heer Roodhuizen in de Schoolbode.66 Prof Quack schrijft mij uiterst vleijend over mijne letterk. studiën over Zola. Ik verwacht v. Juli niets minder. Mag ik van het Juli-nummer twee exemplaren. Ik wilde een aan Kaptein Beijerman zenden voor Prins Alexander.67 Dit kan geen kwaad v. Nederland.

 

Van harte
tt.
Jan ten Brink

v.h.

20 Juni 77

NB De proeven blijven lang uit!

64Het vers van Ant. L. de Rop, Het klokje klept, Ter uitvaart der Koningin is in dezelfde juliaflevering verschenen als dat van Schimmel (II, blz. 349-350). BA
65F. Smit Kleine's novelle onder het pseudoniem Piet Vluchtig is getiteld Meester, Eene herinnering uit mijn schooltijd en werd opgenomen in II, blz. 145-166 en III, blz. 51-62. De hier uitgebeelde ‘meester’ is de bekende schoolman P.J. Prinsen. BA
66Dit zal wel zijn H.G. Roodhuyzen, een bekend onderwijsman, die pedagogische schetsen schreef en veel publiceerde over het taalonderwijs in de moderne talen.
67H. Beijerman, kapitein der artillerie en adjudant van prins Alexander, schrijver van Drie maanden in Algerië, dat in 2 delen in 1878 verscheen.
prepostterug  begin  verder