terug  begin  verderprepost

41

Amice!

Hoewel ik mij ijverig bezig houd met mijn ‘letterk. Herkules’ ben ik niet zeker of ik op tijd klaar kom. Tot hoe lang heb ik tijd voor het drukken?

Hierbij in elk geval twee goede verzen.

Hebt gij in geval mijn artikel niet komt, genoeg kopij? Of verlangt gij casu quo nog iets anders?

Wanneer Jorissen u later weer een stuk aanbied, wensch ik vooraf te weten waarover het loopt. Met zijn Gijsbreght heeft hij mij een allerzotst figuur doen slaan. Alles wat hij zegt is in lijnrechte tegenspraak met mijne meening, mijne voordrachten, mijne geschriften.76 Daar de kogel nu eenmaal door de kerk is, heb ik er hem maar niets van geschreven en daarom blijve deze mededeeling onder ons. Meld mij s.v.pl. p.o. hoelang gij op mijne kopij kunt wachten.

Van harte
t.t.
Jan ten Brink.

18 Sept 77.

d. Haag.

76Het artikel van Jorissen over de Gijsbreght van Vondel was zeer afwijzend en had slechts spot over voor de figuren van Gijsbreght en Badeloch. Hij week hier dus sterk af van Ten Brinks oordeel o.a. in diens Kleine geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1877). Jorissens artikel is later uitgegeven in zijn uitgave Palamedes en Gijsbreght van Aemstel, Kritische studiën, Amsterdam, 1879.
prepostterug  begin  verder