terug  begin  verderprepost

54

Amice!

Gij ontvangt tot aanvulling der Februari-aflev. van mij:

Wandelingen door Parijs in den zomer v. 1877.

1oIk geef u dit, om u schadeloos te stellen voor het gemis van zulk een stuk door B.H. - omdat gij mij reeds het honorarium v ƒ 80 hadt willen avanceeren. De rotterd. (nieuwe) had het graag gehad, maar dit maal wilde ik Nederland niet in den steek laten. Lamping heeft er mij over geschreven, maar ik weigerde. Laat het nu spoedig zetten opdat ik het niet te snel behoef te korrigeeren, eenige paginaas zijn wat flauw geschreven, maar kunnen hoop ik nog wel gelezen worden.
2oVeroorloof mij u voor te stellen thands over het honorar. van het tweede stuk Parijs, dat in Maart of April komt te beschikken. Ik reken op zoowat twee vel of iets meer dus over ƒ 80. Vindt Gij het goed, dan leert u stilzwijgen mij dit, anders liefst een enkel woord.
[p. 61]
3oDe brief van B. Huet. Mijn raad is, dat gij in uwe geheele korrespondentie nimmer dan van terzijde den redakteur noemt. Het opstel Parijsche Salon 77 is - dit kan beleefd in overweging gegeven worden - niet geheel geschikt, hoewel alles wat B.H. schrijft op den hoogsten prijs kan geschat worden. Over Ernest Renan zou ik stellig akcepteeren en vooral het fragment uit den Roman: Louize v François.97
Wees zoo goed hem te schrijven, dat Febr. reeds vroeger gevuld is tot ons leedwezen, maar dat wij met Maart gaarne zullen beginnen. De zaak van het honor. laat ik aan uwe prudentie. Ik weet, dat gij in deze zaken steeds zeer billijk denkt. Ik houd het voor Nederl eene zeer goede aanwinst, dat B.H. vaste medewerker wordt. Door eene kritiek van zijn Oude Romans zijn wij weder in briefwisseling geraakt.98 Schoon het niet absoluut noodig is, kon een enkel woord over geregelde maandelijksche medewerking worden geschreven, in dien zin, dat wij voorstellen zooveel doenlijk maandelijksche medewerking, daar het gebeuren kan dat onze talrijke andere medewerkers over eenige ruimte moeten beschikken. Wilt Gij echter ook hierin een nog minder gebonden weg gaan, zoo laat ik u geheel vrij.
4oMeld mij s.v.pl. wat wij voor Maart nu nog in petto mochten hebben. Het verhaal van mijn broêr bestem ik voor Maart en tevens wat Huet ons zenden mag.99
5oHierbij revizie v. het kleine stukjen Outshoorn, dat verschrikkelijk gekorrigeerd is - maar anders was het te flauw.

Van harte
tt
Jan ten Brink

den Haag

13 Januari 78

97Hier is Ten Brink dus mis, hetzij door een verkeerde inlichting van Loman, hetzij door een verkeerd begrijpen zijnerzijds.
98De twee bundels Oude romans van Huet waren in 1877 verschenen en door Ten Brink op 28 oktober en 11 november in het Zondagsblad van het Nieuws van den Dag zeer lovend besproken.
99Met Ten Brinks broer wordt wel bedoeld A.J. ten Brink, een leraar, die later naar Nederlands-Indië is gegaan. Van hem is echter alleen in de jgg. 1867 en 1871 van Nederland iets opgenomen. BA
prepostterug  begin  verder