terug  begin  verderprepost

72

In andwoord op uw brief v. heden meld ik u, dat gij uit mijn schrijven v. gisteren reeds zult gezien hebben, hoe ik de zaak opvat.139 Ik heb nog een denkbeeld gekregen sints gisteren: Als gij u met den heer de Graaf v. Haarlem wist te verstaan om Nederland en de Banier in een te smelten, dan zouden de Redakteurs van de Banier zich bij ons aansluiten.140

Wat B.H. [betreft] ik heb hem geschreven.

Voor 1 Mei - moeten wij hebben

[p. 79]

I Piers. II B.H. (geheel). III. T. Hoet. dit maakt 8 vel. Met 1 Juni beginnen wij met Hrotswitha141 en Konstantijn.

Ik zal aan de eerste schrijven

Zend mij voor het afdrukken de vellen van T.H. Ik zal dan met een coup de plume zorgen, dat alles plaatsbaar is.

t.t.
Jan ten Brink.

den Haag. Goede Vrijdag [= 18 april] 78

139Deze brief ontbreekt.
140W.C. de Graaff te Haarlem, Huets correspondent voor zijn Dagblad, was de uitgever van De Banier. Nadat de eerste scheppingen van F. Smit Kleine, zowel Quatuor als Spar en Hulst, maar korte tijd hadden bestaan, had deze in 1875 met medewerking van Marcellus Emants De Banier, Tijdschrift voor het Jonge Holland opgericht. Het heeft vijf jaar bestaan en streefde naar een vernieuwing, die eerst een tiental jaren later door De Nieuwe Gids zou worden bereikt.
141Zie noot 136.
prepostterug  begin  verder