terug  begin  verderprepost

73

Amice!

Hierbij de proef v. Ten Hoet - gelukkig, dat ik die onder handen nam! Zend mij s.v.pl. nog even revizie. Ik zal voordat de aflevering uitkomt, den auteur inlichten. Aan hem dus geen proef meer.

Omtrent B.H. kan ik nog niets naders melden. Hij andwoordde nog niet op mijn voorgaanden v. eergisteren. De groote Huf v. Buren heeft meermalen in Nederland wat gegeven - zonder groote waarde.142 Uw vermoeden, omtrent hem, schijnt mij niet waarschijnlijk: Er kunnen wel nijdige invloeden in 't spel zijn - maar wie? Van de Brieder heb ik zulk een groot idee niet. Hij is een aangenaam mensch - maar ik verschil met hem in 't oneindige.

Prof. Verdam - ik weet niet eens of hij stijl heeft!

Zou Schimmel te vinden zijn voor kritiek? Ik geloof het niet. Maar ik geloof wel, dat ik iets van hem gedaan krijg, als wij gaan reorganizeeren. Ook bij Jorissen wil ik wel eene poging wagen - en zal hem schrijven over zijn stuk - de Maintenon.143 Dat wij eene rubriek kritiek kunnen openen geloof ik ook - als de uitgevers hunne werken maar aan ons zenden, dit behoort tot de reorganizatie.

Wil B.H. de tijdschriften nemen, mij zeer welkom!

Ik wil hem gaarne in de redaktie hebben - daarenboven Prof. Opzoomer heeft mij beloofd, ons te zullen steunen. Ik schreef u per briefkaart het idee, om - is het mogelijk! - de Banier en Nederland saam te smelten. De redaktie, die ik er over sprak, wierp het denkbeeld niet weg. Alles zou aan komen op eene fusie tusschen U en de Graaf. Is dit idee praktiesch?

Het doet mij plezier, dat gij wilt medewerken - want gelukt ons plan, dan kunt gij er zeer veel genoegen van beleven. Ik geef toe, dat het plan zelf behoorlijk moet uitgewerkt worden en daarvoor zal ik zorgen. Blijkt het mij echter, dat tegen ons door derden wordt geïntrigueerd, dan onttrek ik mij aan alles. Tot nog schijnt B.H. oprechte belangstelling voor Ned. te koesteren in de hoop, dat hij in ons land een goed tijdschrift zie ontluiken.

[p. 80]

Voor 1o Mei zou ik zijn kopij geheel nemen. C'est autant de gagné! De zaak v. Constantijn kan nog onbeslist blijven. Ik heb nog eene goede bijdrage v. Verster144 en dan komt Hroswitha

Er liggen nog ontelbare bijdragen van Ada Nore145, A. de Visser146, enz enz - ik weet niet, wat ik daarmee nu beginnen moet - intusschen zijn wij op weg eener hervorming, dus zal ik vooreerst geduld oefenen, tot ik met B.H. geheel in 't reine ben.

Ziehier den stand v. zaken!

 

TT.
Jan ten Brink.

den Haag

20 April 78

142J.A. Heuff Az. had, behalve het reeds eerder genoemde artikel Het Lahndal in de jaargang 1874, éénmaal onder het pseudoniem J. Huf van Buren een novelle Kamerlid en rijstetaart in jg. 1872 gepubliceerd.
143Bedoeld is wel Jorissens essay Hoe Françoise d'Aubigné Madame de Maintenon werd. Zie Historische bladen IV, vijfde druk, Haarlem, H.D. Tjeenk Willink en Zoon, 1912, blz. 1-62.
144A.H. de Balbian Verster, een rechter en vrij geregeld medewerker van Nederland, zag in het augustusnummer geplaatst Een paar Nederlanders al zijn zij uit het Zuiden (II, blz. 486-496). BA
145P.J. van der Noordaa schreef onder pseudoniem Ada Nore Een rit naar het buiten, dat in het januarinummer van 1880 werd geplaatst. BA
146A. de Visser schreef zeer veel in Nederland. Een bijdrage van hem Fenna werd eerst in jg. 1879, III, blz. 101-142, 246-288 opgenomen. BA
prepostterug  begin  verder