terug  begin  verderprepost

In zijn brief van 20 april 1878 had Ten Brink aan Loman geschreven, dat hij prof. Jorissen benaderen zou. Inderdaad schreef hij hem op 26 april het volgende:

[p. 81]

‘Amice! Uw bericht aangaande eene bijdrage voor het tijdschrift ‘Nederland’ is mij hartelijk welkom. Ik zal er voor zorgen, dat de kopij wordt gehaald. Bij deze gelegenheid veroorloof ik mij u meê te deelen, dat ‘Nederland’ weldra wijziging zal ondergaan. Door medewerking van Cd. Busken Huet, Prof. Opzoomer, Constantijn, Wallis en nog eenige van onze goede stylisten, die mij toezegging deden, hoop ik het peil van bet tijdschrift te verhoogen. Geregelde korte kritieken over alles wat er gewichtigs uitkomt zullen tevens worden gegeven. Wilt gij mij met een en ander steunen? Wilt gij geregeld het tijdschrift helpen wijzigen - gij zoudt dan mij in de gelegenheid stellen het verbeteringsproces van ‘Ned.’ tot een goed eind te brengen. Het is noodig, dat een amsterdamsch tijdschrift de sporen drage, dat Amsterdam eene Universiteitsstad is.’ (Letterkundig Museum).

75

Amice!

Zie hier wederom eenig nieuws voor Nederland.

Eerst over de aflevering van 1. Juni.

Geen aankondiging op den omslag - dit is van later zorg.

Inhoud:

I.Prof. Jorissen. een historische studie150 (± 2 vel)
(NB De auteur verzoekt mij u te zeggen, dat Gij de kopij omstreeks den 10o Mei bij hem kunt halen. Aan hem natuurlijk de proef. Ik hoop niet, dat gij hem gesproken hebt van mijne persoonlijke meening omtrent zijn Vondelstudie, want hij heeft zich niet verwaardigd mij op een vriendelijk verzoek tot medewerking te andwoorden.)
II.Wandelingen in Parijs. van mij zelven. (2 vel)
(NB Zoo spoedig mogelijk proef s.vpl., dan kan ik op mijn gemak korrigeeren.)
III.Hroswitha. Reis naar Dresden (1 vel)
(NB Gij hebt de kopij. Neem er een vel van, proef aan Mejuffr. Haighton, Amsterdam)
IV.Cd. Busken Huet. Vervolg Robert Bruce. (2 vel)
V.G.J. Kolff. Emile Augier (zie hier onder) (2 vel)151
VI.Kritiesch Intermezzo. (de kopij is twee à drie paginaas, die ik nog zal zenden.)152
[p. 82]

Ge zult misschien vreezen, dat de aflev. nu te groot wordt, doch zij zal nu negen vel beslaan hetgeen niet zoo buitengewoon is.153 Ook moeten wij nu tonen, dat het ons ernst is met de verbetering.

De kopij van den heer Kolff zend ik per spoor, omdat hij in zulk een weelderig cahier schrijft. Proef van het stuk, moet aan Mr. Maas Geesteranus, den Haag, redakteur der Staats-Courant worden gezonden.154 Ik heb met een rooden streep aangeteekend tot hoever het fragment gaat.

Krijgt gij de proef tot afdrukken, wees dan zoo goed mij er inzage van te geven, voor gij afdrukt.

Dit alles geldt de aflev. v Juni.

Nu over de verbetering in het algemeen.

Het spijt mij dat gij mijn denkbeeld van de Banier zoo ver weg werpt. Maar is er zoo veel tegen, dan zwijg ik

Vervolgens geloof ik, dat wij de verbetering geleidelijk moeten maken. Gij weet wat ik met no. 6 wil. Het Kritiesch Intermezzo wordt de gevraagde rubriek. Huet wil voor de rubriek der tijdschriften zorgen - ik raad dus, om hem die tijdschriften te zenden welke hem ontbreken. Wat hij zendt komt in het Kritiesch Intermezzo.

Ik zal u den verlangden brief stellen en binnen kort doen toekomen.

Krijgt gij dan de boeken, dan kunt Gij mij eenvoudig berichten wat gij hebt! - ik zal dan pogen beoordeelaars te vinden. Mij dunkt de medewerkers aan zulk een kritiek, moeten wij aanbieden voor een kort bericht een exemplaar van het boek en ƒ 1. honorarium. Worden de kritieken wat langer, dan kunnen wij wat meer geven. Of wilt gij het honorarium ƒ 2. stellen? Des te beter.

Medewerking tot onze nieuwe plannen heb ik nu van Prof Opzoomer, Mej. Wallis, A.W. Stellwagen, ik hoop ook van Prof Pierson. Jorissen heeft mij niet geandwoord.

Ik ga langzaam vooruit - enkele jongelui steunen mij, daaronder G.J. Kolff en Smit Kleine.155

Van BH. kreeg ik een zeer tevreden brief - die schijnt nu wat zachter gestemd Thands nog iets tusschen ons beide.

Met de kopij over Parijs hierbij gezonden betaal ik mijn schuld aan u, een voorschot van ƒ 80. Ik ben echter zoo vrij u vriendelijk te verzoeken, mij voor de volgende kopij - weldra en waarschijnlijk in Juli te zenden - weer ƒ 80 vooruit te geven. Ik heb het nu juist zeer noodig. Mocht gij bezwaar hebben, meld het mij

[p. 83]

s.vpl. Anders zend ik u aanstaande Saturdag of later de gewone traite van de Hollandsche Bank alhier.

In de hoop dat gij dit zult goedkeuren,

van harte
tt
Jan ten Brink.

den Haag, 4 mei 78.

150De historische studie van Jorissen is Uit den patriottentijd, Eene apologie van den vaandrig de Witte.
151G.J. Kolff was een (later blinde) in den Haag woonachtige schrijver. BA
152Met de titel Kritiesch Intermezzo duidt Ten Brink de nieuwe rubriek van korte aankondigingen van nieuwe uitgaven aan. Een typische betiteling van Ten Brink, die in de jaren 1867, 1868 en 1875 onder het pseudoniem Dr. Alexius van Staden een rubriek Letterkundig Intermezzo voor Nederland schreef. Ten slotte wordt de nieuwe rubriek Kunst- en Letterbode gedoopt, de naam, die een dergelijke rubriek in Huets Dagblad van 1873 gedragen had.
153De uitkomst is wel heel anders dan Ten Brinks berekening. De juniaflevering zal geen 9 maar 16 vel bevatten: het opstel van Jorissen wordt in zijn geheel afgedrukt, Ten Brinks bijdrage vervalt, de Kunst- en Letterbode is 10 pagina's groot.
154Mr. A.M. Maas Geesteranus (1836-1899), directeur van de Nederlandsche Staatscourant was door zijn tweede huwelijk met Annette Marguérite Kolff een zwager van Mr. G.J. Kolff.
155Het is wel karakteristiek voor Ten Brink, die in 1834 geboren is, over Kolff en Smit Kleine, respectievelijk in 1843 en 1845 geboren, te spreken als van ‘jongelui’.
prepostterug  begin  verder