terug  begin  verderprepost

76

Parijs, 4 mei 1878

WelEdele Heer,

In September 1877 schreef de heer Mr. N.P. van den Berg, president der Javasche Bank te Batavia, voor het feuilleton van het Algemeen Dagblad van N.I., eenige zeer interessante hoofdstukken getiteld: Bataviasche Memoires uit de vorige Eeuw.156 De heer Van den Berg is een uiterst welwillend man, die, zoo U hem verzocht dat opstel in ‘Nederland’ te mogen opnemen, het zeker niet weigeren zou. Zoudt U hem daarover willen schrijven, en toezending, vragen van een volledig stel nummers der Courant, waarin het opstel voorkomt? Daar het stuk niet geteekend werd, kunt U zich desverkiezend op mijne aanwijzing beroepen. Voor Uw tijdschrift zal de schrijver, onderstel ik, zijn naam geven, indien U er om vraagt. De korrektie der drukproeven zal ik gaarne op mij nemen. Het adres, zooals ik zeide, is: Mr. N.P. van den Berg, president der Javasche Bank, te Batavia. Van Potgieter bestaan twee in Nederland onbekend gebleven stukken: Björnstjerne Björnson en Herinneringen en Mijmeringen, beiden indertijd door hem geschreven voor het feuilleton mijner Indische Courant, doch zonder afstand van kopijregt. Ziet U geen kans, die stukken (geen van beiden opgenomen in de ‘Verspreide en Nagelaten Werken’) ter plaatsing in ‘Nederland’ te bekomen? A.C. Kruseman zou U of mij daartoe ongetwijfeld vrijheid geven; maar ik onderstel, dat het regt is overgegaan op Tjeenk Willink; en dien ken ik niet. Hoe staat U met hem? De twee bedoelde stukken zouden voor het tijdschrift, al bleef het kopijregt aan Tj. W., eene belangrijke aanwinst zijn.157

Kent U Ds. Hasebroek? Ziet U kans, hem tot medewerken te bewegen? Zoo niet, wilt U mij magtigen, namens U aan Ds. Hasebroek te schrijven?158 Ik ben daartoe bereid.

[p. 84]



illustratie
Cd. Busken Huet

[p. 85]

Dr. Ten Brink's belofte op het omslag van het Mei-nummer, is uitmuntend. Doch bij beloften mag het niet blijven. Stukken als ‘Het oude huis in de Warmoesstraat’ moeten onherroepelijk geweerd, en door betere vervangen worden. Prof. Pierson gaf een loffelijk voorbeeld, hetwelk door vele anderen gevolgd moge worden. Hij gaf eene uitmuntende aankondiging159; en A.S.C. Wallis kan het thans bezwaarlijk onder zich laten, eene bijdrage af te staan.

Kunt u niet bewerken, dat de inhoud van ‘Nederland’ maandelijks in het ‘Handelsblad’ worde opgegeven, zooals met den Tijdspiegel, den Gids, de Vragen des Tijds geschiedt?

De ‘Deux-Mondes’ geeft somtijds vertaalde fraaije novellen: Van Mevr. Bosboom, van Bret Harte160, van Sacher Masoch.161 Waarom moet ‘Nederland’ uitsluitend oorspronkelijke blijven geven, die dikwijls alleen dienen om minachting voor onze litteratuur in te boezemen? Bij eene eventueële hervorming van het tijdschrift, verdient het opnemen van vertalingen aanbeveling: maar vertalingen zooals die van de ‘Deux-Mondes’, modellen waarnaar onze heeren-en dames broodvertalers zich rigten kunnen.

Helaas, het is met onze litteratuur pover gesteld! Ik ontving een ex. ‘Landjuweel’, 1ste deeltje.162 Daar heeten nu al onze beste auteurs aan medegewerkt te hebben! De hemel vergeve het hun. Misschien zullen de twee volgende deeltjes beter zijn. In elk geval, dit voorbeeld mag U niet ontmoedigen.

Van Uwe meening omtrent Potgieter, Ds. Hasebroek en Mr. Van den Berg word ik gaarne onderrigt.

Met beleefde groeten, hoogachtend

Uw Dw. Dr.
Cd. B. Huet

147 Bd Saint-Michel.

156De Bataviasche memoires uit de vorige eeuw zijn verschenen in het Algemeen Dagblad van 11-18, 20, 21 en 24 september 1877.
157Potgieter, Noorweegsche letterkunde van onzen tijd, Björnstjerne Björnson komt voor in De Java-Bode 1869, nr. 116 (24 december) en 1870, nrs. 101, 102, 109, 110, 111, 116 (30 april, 2, 10, 11, 12 en 18 mei). Potgieter, Herinneringen en mijmeringen komt voor in De Java-Bode 1871, nrs. 195, 207, 214, 219 (19 augustus, 2, 11 en 16 september) en 1872 (nrs. 5, 6, 16, 17, 18, 20-23 (6, 8, 19, 20, 22, 24-27 januari). Beide stukken zijn opgenomen in het Aanhangsel van Verspreide en nagelaten werken (resp. in dl. III, blz. 449-520 en dl. I, blz. 179-284), dat in 1879 uitkwam.
158Ds. J.P. Hasebroek, de bekende auteur van Waarheid en droomen. BA
159Dit slaat dus op Piersons De geschiedenis van Helena (1879, II, blz. 3-48).
160Francis Bret Harte (schrijversnaam Bret Harte) schreef o.a. verhalen uit het pioniersleven in de Verenigde Staten.
161Leopold von Sacher-Masoch, Oostenrijks 19de-eeuws realistisch schrijver.
162Landjuweel. Proza en poëzie, 3 dln. (Amsterdam, 1878) is de titel van de voor Ds. Berman vervaardigde bundel, waarvoor Busken Huet zich veel moeite getroost had. In het eerste deeltje komt Huets essay De romans van jufvr. Hasebroek voor, dat hij in zijn Algemeen Dagblad van 1878 van 28 januari tot 7 februari (nrs. 23-32) had gepubliceerd (Lit. fant. en krit. X, blz. 45-85). Het is dus anders gegaan dan hij in zijn brief van 6 december 1877 aan mevrouw Bosboom voorspelde: ‘Over niet langen tijd zal in Holland een bundel Proza en Poëzie verschijnen, bijeengebragt met een humaan doel door verschillende auteurs. Voor dien bundel ben ik voornemens, mijn opstel over de schrijfster van Te Laat, af te staan. Op die wijze kan het spoediger het licht zien, dan zoo ik begon met het naar Indie te zenden, aan mijne courant, die in den regel alles het eerst ontvangt.’ (Brieven II, blz. 44).
prepostterug  begin  verder