terug  begin  verderprepost

90

Parijs, 9 Julij 1878.

WelEdele Heer,

Ik ben aan het verzamelen van bouwstoffen voor een soortgelijk werkje over Belgie, als ik nu onlangs over Frankrijk, en in 1877 over Italie in het licht zond. Het zou de vorm zijn, waaronder ik, tevens arbeidend voor mijne Bataviasche

[p. 95]

Courant, in 1879 mijne bijdragen voor ‘Nederland’ zou kunnen blijven voortzetten, hetzij Uzelf eigenaar wordt mijner kopij, of een ander.179

Heb daarom de beleefdheid mij te melden, in hoever dit plan strooken zou met Uwe konvenientie; welke Uwe voorwaarden zouden zijn; en op welk tijdstip het honorarium voldaan zou worden. Bij uitzondering noem ik dit laatste punt afzonderlijk, omdat aan het zamenstellen van boeken als het bedoelde, aanzienlijke voorschotten verbonden zijn, omtrent wier restitutie eenige zekerheid moet worden gegeven.

Is Uw voorgenomen uitstapje naar Parijs afgesprongen? Dit zou mij leed doen. Zoo het slechts uitgesteld is, onderrigt mij daarvan svp., want het oogenblik nadert, dat ik ten behoeve van mijn geschrift over Belgie, eenigen tijd van huis zal moeten gaan.

Wil mij ook doen weten, welke Uwe usances zijn omtrent het afrekenen met de medewerkers van Uw tijdschrift. Voor mijzelven ontving ik liefst eene rekening-courant over 1 Januarij-1 Julij van het loopende jaar.

De heer Ten Brink en ik, wij doen ons best, in het voetspoor van Prof. Pierson en Prof. Jorissen nieuwe medewerkers te lokken. Jufvr. Haighton, hoop ik, zal spoedig plaats maken voor Mevr. Van der Does of Jufvr. Opzoomer. Het tijdschrift, dunkt mij, moet op deze wijze vooruit- en een voorspoedigen nieuwen jaargang tegemoet gaan.

Met beleefde groeten, hoogachtend,

Uw Dw. Dr.
Cd. B. Huet

147 Bd. Saint-Michel.

179Huet doelt hier op zijn Land van Rubens, dat in zijn Algemeen Dagblad van Nederlandsch Indie, jg. 1879 verscheen als feuilleton onder de titel Belgische reisherinneringen van nr. 181 (6 augustus) tot nr. 207 (5 september).
prepostterug  begin  verder